Naar de inhoud

dwarrelen

zijdelings heen en weer schommelend door de lucht afdalen

dwarrelen

werkwoord

Betekenis

  1. zijdelings heen en weer schommelend door de lucht afdalen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van dwarrelen

dwarrelenhele werkwoord — dwarreldeverleden tijd enkelvoud — dwarreldenverleden tijd meervoud — gedwarreldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dwarrel dwarrelde
jij dwarrelt dwarrelde
hij, zij, het dwarrelt dwarrelde
wij dwarrelen dwarrelden
jullie dwarrelen dwarrelden
zij dwarrelen dwarrelden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gedwarreld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedwarreld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dwarrel gebiedende wijs
dwarrelde verleden tijd
dwarrele aanvoegende wijs
dwarrelend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedwarreld verleden tijd, deelwoord
gedwarreld te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedwarreld zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gedwarreld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedwarreld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dwarrelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gedwarreld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dwarrelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedwarreld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedwarreld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedwarreld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedwarreld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedwarreld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedwarreld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedwarreld voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedwarreld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedwarreld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedwarreld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedwarreld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gedwarreld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedwarreld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedwarreld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedwarreld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedwarreld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedwarreld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedwarreld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedwarreld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedwarreld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedwarreld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedwarreld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dwarrelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedwarreld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedwarreld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedwarreld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dwarrelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedwarreld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zich zwevend verplaatsen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Woordfamilie van dwarrelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dwarrel gebiedende wijs dwarrelen
dwarrelde verleden tijd dwarrelen
dwarrelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dwarrelen
dwarrele aanvoegende wijs dwarrelen
dwarrelend onvoltooid deelwoord dwarrelen
dwarrelende woordvorm dwarrelen
dwarrelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dwarrelen
gedwarreld voltooid deelwoord dwarrelen
gedwarrelde woordvorm dwarrelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dwarrelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dwarrelen

Wat is de betekenis van dwarrelen?
Dwarrelen is een werkwoord. De betekenis is: zijdelings heen en weer schommelend door de lucht afdalen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik dwarrelen?
Zo vervoeg je dwarrelen zo: de tegenwoordige tijd is dwarrel, de verleden tijd is dwarrelde en het voltooid deelwoord is gedwarreld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dwarrelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. W 5
  3. A 1
  4. R 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dwarrelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. W 5
  3. A 1
  4. R 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dwarrelen in het kort

dwarrelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van dwarrelen staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dwarrelen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dwarrelen: zijdelings heen en weer schommelend door de lucht afdalen
Deel dwarrelen — standaardnederlands.nl