duvel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een vereenvoudigde vorm van duivel of satan
- duivel,
zelfstandig naamwoord — masculine
- een gewestelijke vorm van duivel of satan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| duvels | meervoud |
| duveltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| duveltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duvelen
- gebiedende wijs van duvelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duvelen
Vervoeging van duvel
duvelhele werkwoord
Herkomst
vereenvoudiging van duivel
Woordfamilie van duvel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| duveltje | verkleinwoord | duvel |
| duveltjes | verkleinwoord meervoud | duvel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van duvel zijn vastgelegd.