Naar de inhoud

dunnen

dun of dunner worden

dunnen

werkwoord

Betekenis

  1. dun of dunner worden
  2. dun of dunner maken

Vervoeging van dunnen

dunnenhele werkwoord — dundeverleden tijd enkelvoud — dundenverleden tijd meervoud — gedundvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dun dunde
jij dunt dunde
hij, zij, het dunt dunde
wij dunnen dunden
jullie dunnen dunden
zij dunnen dunden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dun gebiedende wijs
dunde verleden tijd
dunne aanvoegende wijs
dunnend onvoltooid, deelwoord
er is gedund impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedund impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedund impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedund impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedund worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedund zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedund worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedund zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedund verleden tijd, deelwoord
gedund te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedund te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedund te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedund te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedund te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedund worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedund zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedund zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedund zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedund zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedund voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedund voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedund actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dunnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedund actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dunnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedund voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedund voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal dunnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dunnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dunnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedund hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedund hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedund zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedund zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dunnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dunnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dunnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedund hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedund hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedund zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedund zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dunnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dunnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dunnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedund hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedund hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedund zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedund zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dunnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dunnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dunnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dunnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dunnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedund hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedund hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedund zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedund zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedund zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dunnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedund zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van dunnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dunde verleden tijd dunnen
dunden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dunnen
dunnend onvoltooid deelwoord dunnen
dunnende woordvorm dunnen
dunt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dunnen
gedund voltooid deelwoord dunnen
gedunde woordvorm dunnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dunnen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over dunnen

Wat is de betekenis van dunnen?
Dunnen is een werkwoord. De betekenis is: dun of dunner worden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik dunnen?
Zo vervoeg je dunnen zo: de tegenwoordige tijd is dun, de verleden tijd is dunde en het voltooid deelwoord is gedund. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dunnen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. U 4
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dunnen levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 36 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. U 2
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 zonder bonus
  8. 36 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dunnen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

dunnen in het kort

dunnen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van dunnen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dunnen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dunnen: dun of dunner worden
Deel dunnen — standaardnederlands.nl