Naar de inhoud

dubben

twijfelend overwegen

dubben is meer dan één woord

dubben

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. twijfelend overwegen
  2. Als radeloose, die met gedurich dencken, ende dubben, den tijt vast slijten, ende niet sekers besluyten, nochte tot de sake en doen. (Statenvertaling, kanttekening bij Genesis 42:1, 1637)
  3. het originele geluid van een (video-)film vervangen door een voor de doelgroep passende (taal-)versie

Vervoeging van dubben

dubbenhele werkwoord — dubdeverleden tijd enkelvoud — dubdenverleden tijd meervoud — gedubdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dub dubde
jij dubt dubde
hij, zij, het dubt dubde
wij dubben dubden
jullie dubben dubden
zij dubben dubden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dub gebiedende wijs
dubbe aanvoegende wijs
dubbend onvoltooid, deelwoord
dubde verleden tijd
er is gedubd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedubd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedubd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedubd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedubd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedubd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedubd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedubd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedubd verleden tijd, deelwoord
gedubd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedubd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedubd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedubd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedubd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedubd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedubd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedubd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedubd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedubd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dubben actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedubd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dubben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dubben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Vervoeging van dubben

dubbenhele werkwoord — dubdeverleden tijd enkelvoud — dubdenverleden tijd meervoud — gedubdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dub dubde
jij dubt dubde
hij, zij, het dubt dubde
wij dubben dubden
jullie dubben dubden
zij dubben dubden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dub gebiedende wijs
dubbe aanvoegende wijs
dubbend onvoltooid, deelwoord
dubde verleden tijd
er is gedubd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedubd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedubd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedubd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedubd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedubd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedubd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedubd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedubd verleden tijd, deelwoord
gedubd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedubd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedubd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedubd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedubd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedubd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedubd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedubd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedubd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedubd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedubd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dubben actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedubd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dubben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dubben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedubd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dubben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dubben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedubd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord dub

Herkomst

In de betekenis van ‘twijfelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1550

Woordfamilie van dubben

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dubbe aanvoegende wijs dubben
dubbend onvoltooid deelwoord dubben
dubbende woordvorm dubben
dubde verleden tijd dubben
dubden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dubben
dubt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dubben
gedubd voltooid deelwoord dubben
gedubde woordvorm dubben

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dubben zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dubben

Wat betekent dubben?
Dubben is een werkwoord. Het woord betekent: twijfelend overwegen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je dubben?
Je vervoegt dubben als volgt: de tegenwoordige tijd is dub, de verleden tijd is dubde en het voltooid deelwoord is gedubd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dubben is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. U 4
  3. B 3
  4. B 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dubben levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. U 2
  3. B 4
  4. B 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dubben telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

dubben in het kort

dubben is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van dubben zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dubben bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dubben: twijfelend overwegen
Deel dubben — standaardnederlands.nl