drummen
werkwoord ˈdrʏmə(n)Betekenis
- drums bespelen
Hoe spreek je drummen uit?
/ˈdrʏmən/
Drummen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| ʏ | put |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van drummen
drummenhele werkwoord — drumdeverleden tijd enkelvoud — drumdenverleden tijd meervoud — gedrumdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drum | drumde |
| jij | drumt | drumde |
| hij, zij, het | drumt | drumde |
| wij | drummen | drumden |
| jullie | drummen | drumden |
| zij | drummen | drumden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| drum | gebiedende wijs |
| drumde | verleden tijd |
| drumme | aanvoegende wijs |
| drummend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedrumd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedrumd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedrumd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedrumd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedrumd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedrumd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedrumd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedrumd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedrumd | verleden tijd, deelwoord |
| gedrumd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrumd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedrumd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedrumd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedrumd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedrumd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedrumd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedrumd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedrumd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedrumd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrumd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedrumd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrumd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedrumd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedrumd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrumd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrumd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te drummen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedrumd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen drummen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal drummen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal drummen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal drummen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedrumd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrumd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedrumd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou drummen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou drummen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou drummen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedrumd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrumd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrumd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drummen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden drummen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden drummen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedrumd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedrumd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedrumd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt drummen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedrumd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen drummen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen drummen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen drummen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen drummen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedrumd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedrumd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedrumd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult drummen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedrumd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordfamilie van drummen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drumde | verleden tijd | drummen |
| drumden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | drummen |
| drumme | aanvoegende wijs | drummen |
| drummend | onvoltooid deelwoord | drummen |
| drummende | woordvorm | drummen |
| drumt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | drummen |
| gedrumd | voltooid deelwoord | drummen |
| gedrumde | woordvorm | drummen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drummen zijn vastgelegd.