draperen
werkwoordBetekenis
- iets mooi ergens omheen of overheen leggen
Vervoeging van draperen
draperenhele werkwoord — drapeerdeverleden tijd enkelvoud — drapeerdenverleden tijd meervoud — gedrapeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drapeer | drapeerde |
| jij | drapeert | drapeerde |
| hij, zij, het | drapeert | drapeerde |
| wij | draperen | drapeerden |
| jullie | draperen | drapeerden |
| zij | draperen | drapeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| drapeer | gebiedende wijs |
| drapeerde | verleden tijd |
| drapere | aanvoegende wijs |
| draperend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedrapeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedrapeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedrapeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedrapeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedrapeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedrapeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedrapeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedrapeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedrapeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedrapeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedrapeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedrapeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrapeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrapeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrapeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedrapeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedrapeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedrapeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedrapeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrapeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te draperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedrapeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen draperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedrapeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedrapeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal draperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal draperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal draperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedrapeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrapeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedrapeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedrapeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrapeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedrapeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou draperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou draperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou draperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedrapeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrapeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrapeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrapeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrapeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrapeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden draperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden draperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden draperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedrapeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedrapeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedrapeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedrapeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedrapeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedrapeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt draperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedrapeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedrapeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen draperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen draperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen draperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen draperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedrapeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedrapeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedrapeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedrapeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedrapeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedrapeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult draperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedrapeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedrapeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedrapeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘omhangen met een ruim hangend gewaad’ voor het eerst aangetroffen in 1861
Woordfamilie van draperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drapeer | gebiedende wijs | draperen |
| drapeerde | verleden tijd | draperen |
| drapeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | draperen |
| drapeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | draperen |
| drapere | aanvoegende wijs | draperen |
| draperend | onvoltooid deelwoord | draperen |
| draperende | woordvorm | draperen |
| gedrapeerd | voltooid deelwoord | draperen |
| gedrapeerde | woordvorm | draperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van draperen zijn vastgelegd.