dorsten
werkwoordBetekenis
- ~ naar een sterke behoefte hebben aan water
Vervoeging van dorsten
dorstenhele werkwoord — dorstteverleden tijd enkelvoud — dorsttenverleden tijd meervoud — gedorstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dorst | dorstte |
| jij | dorst | dorstte |
| hij, zij, het | dorst | dorstte |
| wij | dorsten | dorstten |
| jullie | dorsten | dorstten |
| zij | dorsten | dorstten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dorst | gebiedende wijs |
| dorste | aanvoegende wijs |
| dorstend | onvoltooid, deelwoord |
| dorstte | verleden tijd |
| er is gedorst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedorst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedorst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedorst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedorst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedorst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedorst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedorst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedorst | verleden tijd, deelwoord |
| gedorst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedorst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedorst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedorst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedorst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedorst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedorst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedorst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedorst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedorst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dorsten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedorst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dorsten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dorsten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van dorsen
- meervoud verleden tijd van durven
Vervoeging van dorsten
dorstenhele werkwoord — dorstteverleden tijd enkelvoud — dorsttenverleden tijd meervoud — gedorstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dorst | dorstte |
| jij | dorst | dorstte |
| hij, zij, het | dorst | dorstte |
| wij | dorsten | dorstten |
| jullie | dorsten | dorstten |
| zij | dorsten | dorstten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dorst | gebiedende wijs |
| dorste | aanvoegende wijs |
| dorstend | onvoltooid, deelwoord |
| dorstte | verleden tijd |
| er is gedorst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedorst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedorst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedorst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedorst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedorst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedorst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedorst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedorst | verleden tijd, deelwoord |
| gedorst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedorst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedorst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedorst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedorst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedorst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedorst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedorst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedorst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedorst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dorsten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedorst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dorsten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dorsten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dorsten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘verlangen naar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van dorsten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dorstend | onvoltooid deelwoord | dorsten |
| dorstende | woordvorm | dorsten |
| dorstte | verleden tijd | dorsten |
| dorstten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dorsten |
| gedorste | woordvorm | dorsten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dorsten zijn vastgelegd.