dorsen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- door op de geoogste aren te slaan het graan vrijmaken
Vervoeging van dorsen
dorsenhele werkwoord — dorsteverleden tijd enkelvoud — dorstenverleden tijd meervoud — gedorstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dors | dorste |
| jij | dorst | dorste |
| hij, zij, het | dorst | dorste |
| wij | dorsen | dorsten |
| jullie | dorsen | dorsten |
| zij | dorsen | dorsten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dors | gebiedende wijs |
| dorse | aanvoegende wijs |
| dorsend | onvoltooid, deelwoord |
| dorste | verleden tijd |
| er is gedorst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedorst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedorst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedorst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedorst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedorst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedorst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedorst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedorst | verleden tijd, deelwoord |
| gedorst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedorst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedorst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedorst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedorst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedorst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedorst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedorst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedorst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedorst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedorst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dorsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedorst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dorsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedorst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dorsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dorsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedorst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dors
Herkomst
erfwoord Ontwikkeld uit Middelnederlands dersgen, uit Oudgermaans *þreskan, vergelijk Oudhoogduits dreskan, threskan, modern Duits dreschen "dorsen", Oudengels ðerscan, þerscan, modern Engels thresh "dorsen", thrash "slaan; verslaan", Gotisch þriskan "dorsen"
Woordfamilie van dorsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dorse | aanvoegende wijs | dorsen |
| dorsend | onvoltooid deelwoord | dorsen |
| dorsende | woordvorm | dorsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dorsen zijn vastgelegd.