doorzetten
werkwoord ˈdorzɛtə(n)Betekenis
- volhouden, niet ophouden
- erger worden
Hoe spreek je doorzetten uit?
/ˈdorzɛtən/
Doorzetten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| z | zon |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van doorzetten
doorzettenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van doorzetten
Vervoeging van doorzetten
doorzettenhele werkwoord — zette doorverleden tijd enkelvoud — zetten doorverleden tijd meervoud — doorgezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet door | zette door |
| jij | zet door | zette door |
| hij, zij, het | zet door | zette door |
| wij | zetten door | zetten door |
| jullie | zetten door | zetten door |
| zij | zetten door | zetten door |
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| door te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| door zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| door zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| doorgezet | verleden tijd, deelwoord |
| doorgezet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgezet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgezet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgezet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgezet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgezet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgezet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgezet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorzette | bijzin, verleden tijd |
| doorzettend | onvoltooid, deelwoord |
| er is doorgezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben doorgezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doorgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorgezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorgezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doorgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zet door | gebiedende wijs |
| zette door | verleden tijd |
| zijn doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doorgezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doorgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorzetten door zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doorgezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doorgezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van door en zetten
Woordfamilie van doorzetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgezet | voltooid deelwoord | doorzetten |
| doorgezette | woordvorm | doorzetten |
| doorzet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorzetten |
| doorzettend | onvoltooid deelwoord | doorzetten |
| doorzettende | woordvorm | doorzetten |
| zet door | gebiedende wijs | doorzetten |
| zette door | verleden tijd | doorzetten |
| zetten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorzetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorzetten zijn vastgelegd.