Naar de inhoud

doorzenden

iets dat ontvangen is weer verder sturen

doorzenden

werkwoord

Betekenis

  1. iets dat ontvangen is weer verder sturen

Vervoeging van doorzenden

doorzendenhele werkwoord — zond doorverleden tijd enkelvoud — zonden doorverleden tijd meervoud — doorgezondenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zend door zond door
jij zendt door zond door
hij, zij, het zendt door zond door
wij zenden door zonden door
jullie zenden door zonden door
zij zenden door zonden door
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te zenden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen zenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal zenden bijzin, toekomende tijd
door zou zenden bijzin, voorwaardelijk
door zouden zenden bijzin, voorwaardelijk
door zoudt zenden bijzin, voorwaardelijk
door zullen zenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen zenden bijzin, toekomende tijd
door zult zenden bijzin, toekomende tijd
doorgezonden verleden tijd, deelwoord
doorgezonden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgezonden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgezonden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgezonden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgezonden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgezonden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgezonden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgezonden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgezonden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgezonden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorzend bijzin, tegenwoordige tijd
doorzendend onvoltooid, deelwoord
doorzendt bijzin, tegenwoordige tijd
doorzond bijzin, verleden tijd
doorzonden bijzin, verleden tijd
doorzondt bijzin, verleden tijd
er is doorgezonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgezonden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgezonden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgezonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgezonden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgezonden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgezonden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgezonden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgezonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doorgezonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorzenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doorgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorzenden bijzin, toekomende tijd
zend door gebiedende wijs
zijn doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zond door verleden tijd
zou doorgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorzenden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorzenden door zou(dt) zenden bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorzenden bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorzenden bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorzenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorzenden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorzenden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van door bw en zenden ww

Woordfamilie van doorzenden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgezonden voltooid deelwoord doorzenden
doorzend subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorzenden
doorzende with-subordinate-clause doorzenden
doorzendend onvoltooid deelwoord doorzenden
doorzendende woordvorm doorzenden
doorzendt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorzenden
doorzond subordinate-clause, verleden tijd doorzenden
doorzonden subordinate-clause, verleden tijd doorzenden
zend door gebiedende wijs doorzenden
zende door woordvorm doorzenden
zenden door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorzenden
zendt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorzenden
zond door verleden tijd doorzenden
zonden door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorzenden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorzenden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorzenden

Wat betekent doorzenden?
Doorzenden is een werkwoord. Het woord betekent: iets dat ontvangen is weer verder sturen.
Hoe vervoeg je doorzenden?
Je vervoegt doorzenden als volgt: het voltooid deelwoord is doorgezonden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorzenden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. Z 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorzenden levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. Z 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorzenden in het kort

doorzenden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doorzenden zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doorzenden bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doorzenden: iets dat ontvangen is weer verder sturen
Deel doorzenden — standaardnederlands.nl