Naar de inhoud

doorzagen

met een zaag in twee stukken verdelen.

doorzagen is meer dan één woord

doorzagen

zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈdorzaɣə(n)

Betekenis

  1. met een zaag in twee stukken verdelen.
  2. eindeloos doorpraten
  3. eindeloos uitvragen

Hoe spreek je doorzagen uit?

/ˈdorzaxən/

Doorzagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdorzaxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
r rood
z zon
a maan
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te zagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal zagen bijzin, toekomende tijd
door zou zagen bijzin, voorwaardelijk
door zouden zagen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt zagen bijzin, voorwaardelijk
door zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen zagen bijzin, toekomende tijd
door zult zagen bijzin, toekomende tijd
doorgezaagd verleden tijd, deelwoord
doorgezaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgezaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgezaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgezaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgezaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgezaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgezaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgezaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgezaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgezaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorzaag bijzin, tegenwoordige tijd
doorzaagde bijzin, verleden tijd
doorzaagden bijzin, verleden tijd
doorzaagdet bijzin, verleden tijd
doorzaagt bijzin, tegenwoordige tijd
doorzagend onvoltooid, deelwoord
dóórzagen canonical
er is doorgezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgezaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgezaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgezaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgezaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgezaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgezaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doorgezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorzagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zaag door gebiedende wijs
zaag door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, tegenwoordige tijd, enkelvoud, eerste persoon
zaagde door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, verleden tijd, enkelvoud, eerste persoon
zaagde door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, verleden tijd, enkelvoud, tweede persoon
zaagde door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, verleden tijd, enkelvoud, derde persoon
zaagde door verleden tijd
zaagden door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
zaagden door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
zaagden door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, verleden tijd, meervoud, derde persoon
zaagdet door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, verleden tijd, enkelvoud, tweede persoon
zaagt door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, tegenwoordige tijd, enkelvoud, tweede persoon
zaagt door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, tegenwoordige tijd, enkelvoud, derde persoon
zagen door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
zagen door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
zagen door aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorzagen bijzin, toekomende tijd
zijn doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorzagen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorzagen door zou(dt) zagen bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorzagen bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorzagen bijzin, voorwaardelijk

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van doorzien

Vervoeging van doorzagen

doorzagenhele werkwoord

Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dóórzagen canonical

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van doorzien

Vervoeging van doorzagen

doorzagenhele werkwoord

Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
doorzágen canonical

Herkomst

dóórzagen [1, 2, 3]: samenstelling van door bw en zagen ww

Woordfamilie van doorzagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgezaagd voltooid deelwoord doorzagen
doorgezaagde woordvorm doorzagen
doorzaag subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorzagen
doorzaagde subordinate-clause, verleden tijd doorzagen
doorzaagden subordinate-clause, verleden tijd doorzagen
doorzage with-subordinate-clause doorzagen
doorzagend onvoltooid deelwoord doorzagen
doorzagende woordvorm doorzagen
zaag door gebiedende wijs doorzagen
zaagde door verleden tijd doorzagen
zaagden door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorzagen
zage door woordvorm doorzagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorzagen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorzagen

Hoe spreek ik doorzagen uit?
Zo spreek je doorzagen uit: /ˈdorzaɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van doorzagen?
Doorzagen is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: met een zaag in twee stukken verdelen. In totaal staan er 3 betekenissen.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorzagen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. Z 4
  6. A 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorzagen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. Z 5
  6. A 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorzagen in het kort

doorzagen is zowel zelfstandig naamwoord als werkwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doorzagen staan er 92 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorzagen bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorzagen: met een zaag in twee stukken verdelen.
Deel doorzagen — standaardnederlands.nl