doorvlechten
werkwoord ˈdorvlɛxtə(n)Betekenis
- voortgaan met vlechten
- door vlechten door iets heen doen
Hoe spreek je doorvlechten uit?
/ˈdorvlɛxtən/
Doorvlechten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| v | vis |
| l | land |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van doorvlechten
doorvlechtenhele werkwoord — doorvlochtverleden tijd enkelvoud — doorvlochtenverleden tijd meervoud — doorgevlochtenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doorvlecht | doorvlocht |
| jij | doorvlecht | doorvlocht |
| hij, zij, het | doorvlecht | doorvlocht |
| wij | vlechten door | doorvlochten |
| jullie | vlechten door | doorvlochten |
| zij | vlechten door | doorvlochten |
Alle 132 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] dóórvlechten | canonical |
| door te vlechten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen vlechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal vlechten | bijzin, toekomende tijd |
| door zou vlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden vlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt vlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen vlechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen vlechten | bijzin, toekomende tijd |
| door zult vlechten | bijzin, toekomende tijd |
| doorgevlochten | verleden tijd, deelwoord |
| doorgevlochten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgevlochten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorvlecht | gebiedende wijs |
| doorvlecht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorvlechte | aanvoegende wijs |
| doorvlechtend | onvoltooid, deelwoord |
| doorvlocht | bijzin, verleden tijd |
| doorvlochten | verleden tijd, deelwoord |
| doorvlochten | bijzin, verleden tijd |
| doorvlochten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorvlochten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| er is doorgevlochten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgevlochten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgevlochten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgevlochten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgevlochten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgevlochten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgevlochten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgevlochten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had doorvlochten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorvlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorvlochten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorvlochten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorvlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorvlochten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt doorvlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgevlochten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben doorvlochten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doorvlechten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben doorgevlochten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben doorvlochten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorvlechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlecht door | gebiedende wijs |
| vlocht door | verleden tijd |
| zal doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorvlechten | bijzin, toekomende tijd |
| zal doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorvlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) doorvlechten door zou(dt) vlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorvlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorvlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorvlechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorvlechten | bijzin, toekomende tijd |
| zullen doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doorvlechten | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal doorvlechten door zult/zal vlechten | bijzin, toekomende tijd |
Vervoeging van doorvlechten
doorvlechtenhele werkwoord — doorvlochtverleden tijd enkelvoud — doorvlochtenverleden tijd meervoud — doorgevlochtenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doorvlecht | doorvlocht |
| jij | doorvlecht | doorvlocht |
| hij, zij, het | doorvlecht | doorvlocht |
| wij | vlechten door | doorvlochten |
| jullie | vlechten door | doorvlochten |
| zij | vlechten door | doorvlochten |
Alle 132 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] doorvléchten | canonical |
| door te vlechten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen vlechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal vlechten | bijzin, toekomende tijd |
| door zou vlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden vlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt vlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen vlechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen vlechten | bijzin, toekomende tijd |
| door zult vlechten | bijzin, toekomende tijd |
| doorgevlochten | verleden tijd, deelwoord |
| doorgevlochten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgevlochten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorvlecht | gebiedende wijs |
| doorvlecht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorvlechte | aanvoegende wijs |
| doorvlechtend | onvoltooid, deelwoord |
| doorvlocht | verleden tijd |
| doorvlocht | bijzin, verleden tijd |
| doorvlochten | verleden tijd, deelwoord |
| doorvlochten | bijzin, verleden tijd |
| doorvlochten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorvlochten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| er is doorgevlochten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgevlochten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgevlochten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgevlochten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgevlochten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgevlochten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgevlochten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgevlochten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had doorvlochten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorvlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorvlochten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorvlochten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorvlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorvlochten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgevlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt doorvlochten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgevlochten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben doorvlochten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgevlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorvlochten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doorvlechten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben doorgevlochten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben doorvlochten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorvlechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlecht door | gebiedende wijs |
| zal doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorvlechten | bijzin, toekomende tijd |
| zal doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorvlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) doorvlechten door zou(dt) vlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorvlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt doorgevlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorvlechten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorvlochten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorvlechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorvlechten | bijzin, toekomende tijd |
| zullen doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult doorgevlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doorvlechten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doorvlechten | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorvlochten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal doorvlechten door zult/zal vlechten | bijzin, toekomende tijd |
Woordfamilie van doorvlechten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgevlochten | voltooid deelwoord | doorvlechten |
| doorvlecht | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorvlechten |
| doorvlechte | aanvoegende wijs | doorvlechten |
| doorvlechtend | onvoltooid deelwoord | doorvlechten |
| doorvlechtende | woordvorm | doorvlechten |
| doorvlocht | subordinate-clause, verleden tijd | doorvlechten |
| doorvlochten | subordinate-clause, verleden tijd | doorvlechten |
| vlecht door | gebiedende wijs | doorvlechten |
| vlechte door | woordvorm | doorvlechten |
| vlechten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorvlechten |
| vlocht door | verleden tijd | doorvlechten |
| vlochten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorvlechten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorvlechten zijn vastgelegd.