Naar de inhoud

doorvlechten

voortgaan met vlechten

doorvlechten

werkwoord ˈdorvlɛxtə(n)

Betekenis

  1. voortgaan met vlechten
  2. door vlechten door iets heen doen

Hoe spreek je doorvlechten uit?

/ˈdorvlɛxtən/

Doorvlechten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdorvlɛxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
r rood
v vis
l land
ɛ bed
x acht
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van doorvlechten

doorvlechtenhele werkwoord — doorvlochtverleden tijd enkelvoud — doorvlochtenverleden tijd meervoud — doorgevlochtenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doorvlecht doorvlocht
jij doorvlecht doorvlocht
hij, zij, het doorvlecht doorvlocht
wij vlechten door doorvlochten
jullie vlechten door doorvlochten
zij vlechten door doorvlochten
Alle 132 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[A] dóórvlechten canonical
door te vlechten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen vlechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal vlechten bijzin, toekomende tijd
door zou vlechten bijzin, voorwaardelijk
door zouden vlechten bijzin, voorwaardelijk
door zoudt vlechten bijzin, voorwaardelijk
door zullen vlechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen vlechten bijzin, toekomende tijd
door zult vlechten bijzin, toekomende tijd
doorgevlochten verleden tijd, deelwoord
doorgevlochten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgevlochten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorvlecht gebiedende wijs
doorvlecht bijzin, tegenwoordige tijd
doorvlechte aanvoegende wijs
doorvlechtend onvoltooid, deelwoord
doorvlocht bijzin, verleden tijd
doorvlochten verleden tijd, deelwoord
doorvlochten bijzin, verleden tijd
doorvlochten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorvlochten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is doorgevlochten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgevlochten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgevlochten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgevlochten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgevlochten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgevlochten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgevlochten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgevlochten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgevlochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgevlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgevlochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
had doorvlochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorvlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorvlochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgevlochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgevlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgevlochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorvlochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorvlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorvlochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgevlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt doorvlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgevlochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben doorvlochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doorvlechten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorgevlochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorvlochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorvlechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vlecht door gebiedende wijs
vlocht door verleden tijd
zal doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorvlechten bijzin, toekomende tijd
zal doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorvlechten bijzin, voorwaardelijk
zou doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) doorvlechten door zou(dt) vlechten bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorvlechten bijzin, voorwaardelijk
zouden doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorvlechten bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorvlechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorvlechten bijzin, toekomende tijd
zullen doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorvlechten bijzin, toekomende tijd
zult doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal doorvlechten door zult/zal vlechten bijzin, toekomende tijd

Vervoeging van doorvlechten

doorvlechtenhele werkwoord — doorvlochtverleden tijd enkelvoud — doorvlochtenverleden tijd meervoud — doorgevlochtenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doorvlecht doorvlocht
jij doorvlecht doorvlocht
hij, zij, het doorvlecht doorvlocht
wij vlechten door doorvlochten
jullie vlechten door doorvlochten
zij vlechten door doorvlochten
Alle 132 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[B] doorvléchten canonical
door te vlechten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen vlechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal vlechten bijzin, toekomende tijd
door zou vlechten bijzin, voorwaardelijk
door zouden vlechten bijzin, voorwaardelijk
door zoudt vlechten bijzin, voorwaardelijk
door zullen vlechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen vlechten bijzin, toekomende tijd
door zult vlechten bijzin, toekomende tijd
doorgevlochten verleden tijd, deelwoord
doorgevlochten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgevlochten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorvlecht gebiedende wijs
doorvlecht bijzin, tegenwoordige tijd
doorvlechte aanvoegende wijs
doorvlechtend onvoltooid, deelwoord
doorvlocht verleden tijd
doorvlocht bijzin, verleden tijd
doorvlochten verleden tijd, deelwoord
doorvlochten bijzin, verleden tijd
doorvlochten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorvlochten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is doorgevlochten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgevlochten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgevlochten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgevlochten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgevlochten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgevlochten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgevlochten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgevlochten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgevlochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgevlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgevlochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
had doorvlochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorvlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorvlochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgevlochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgevlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgevlochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorvlochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorvlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorvlochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgevlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt doorvlochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgevlochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben doorvlochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgevlochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorvlochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doorvlechten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorgevlochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorvlochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorvlechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vlecht door gebiedende wijs
zal doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorvlechten bijzin, toekomende tijd
zal doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorvlechten bijzin, voorwaardelijk
zou doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) doorvlechten door zou(dt) vlechten bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorvlechten bijzin, voorwaardelijk
zouden doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doorgevlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorvlechten bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorvlochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorvlechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorvlechten bijzin, toekomende tijd
zullen doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doorgevlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorvlechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorvlechten bijzin, toekomende tijd
zult doorvlochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal doorvlechten door zult/zal vlechten bijzin, toekomende tijd

Woordfamilie van doorvlechten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgevlochten voltooid deelwoord doorvlechten
doorvlecht subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorvlechten
doorvlechte aanvoegende wijs doorvlechten
doorvlechtend onvoltooid deelwoord doorvlechten
doorvlechtende woordvorm doorvlechten
doorvlocht subordinate-clause, verleden tijd doorvlechten
doorvlochten subordinate-clause, verleden tijd doorvlechten
vlecht door gebiedende wijs doorvlechten
vlechte door woordvorm doorvlechten
vlechten door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorvlechten
vlocht door verleden tijd doorvlechten
vlochten door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorvlechten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorvlechten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorvlechten

Hoe spreek ik doorvlechten uit?
Zo spreek je doorvlechten uit: /ˈdorvlɛxtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van doorvlechten?
Doorvlechten is een werkwoord. De betekenis is: voortgaan met vlechten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doorvlechten?
Zo vervoeg je doorvlechten zo: de tegenwoordige tijd is doorvlecht, de verleden tijd is doorvlocht en het voltooid deelwoord is doorgevlochten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorvlechten is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. C 5
  9. H 4
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorvlechten levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. C 5
  9. H 4
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 zonder bonus
  14. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorvlechten in het kort

doorvlechten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doorvlechten staan er 71 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorvlechten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorvlechten: voortgaan met vlechten
Deel doorvlechten — standaardnederlands.nl