Naar de inhoud

doorvertellen

iets wat men heeft horen vertelen aan een derde persoon vertellen

doorvertellen

werkwoord

Betekenis

  1. iets wat men heeft horen vertelen aan een derde persoon vertellen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

werkwoord

  1. iets wat men heeft horen vertellen aan een derde persoon vertellen transitive

Vervoeging van doorvertellen

doorvertellenhele werkwoord — vertelde doorverleden tijd enkelvoud — vertelden doorverleden tijd meervoud — doorverteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vertel door vertelde door
jij vertelt door vertelde door
hij, zij, het vertelt door vertelde door
wij vertellen door vertelden door
jullie vertellen door vertelden door
zij vertellen door vertelden door
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te vertellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen vertellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal vertellen bijzin, toekomende tijd
door zou vertellen bijzin, voorwaardelijk
door zouden vertellen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt vertellen bijzin, voorwaardelijk
door zullen vertellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen vertellen bijzin, toekomende tijd
door zult vertellen bijzin, toekomende tijd
doorvertel bijzin, tegenwoordige tijd
doorverteld verleden tijd, deelwoord
doorverteld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorverteld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorverteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorverteld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorverteld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorverteld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorverteld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorverteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorverteld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorverteld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorvertelde bijzin, verleden tijd
doorvertelden bijzin, verleden tijd
doorvertellend onvoltooid, deelwoord
doorvertelt bijzin, tegenwoordige tijd
er is doorverteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorverteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorverteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorverteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorverteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorverteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorverteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorverteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorverteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorverteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorverteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorverteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorverteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorverteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorverteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorverteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doorverteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorvertellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertel door gebiedende wijs
vertelde door verleden tijd
waart doorverteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorverteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorverteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorverteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorverteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorverteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorverteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorverteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorverteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorverteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorverteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorverteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorverteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorverteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorverteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorverteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorverteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorverteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorverteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorverteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doorverteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorverteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorverteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorverteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorverteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorvertellen bijzin, toekomende tijd
zijn doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorverteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorverteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorverteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorverteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorverteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorverteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorverteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorvertellen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorvertellen door zou(dt) vertellen bijzin, voorwaardelijk
zouden doorverteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorverteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorverteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorverteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorverteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorverteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorvertellen bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorverteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorverteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorvertellen bijzin, voorwaardelijk
zullen doorverteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorverteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorverteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorverteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorverteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorverteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorverteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorvertellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorvertellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorvertellen bijzin, toekomende tijd
zult doorverteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van door bw en vertellen ww

Woordfamilie van doorvertellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorvertel subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorvertellen
doorverteld voltooid deelwoord doorvertellen
doorvertelde subordinate-clause, verleden tijd doorvertellen
doorvertelden subordinate-clause, verleden tijd doorvertellen
doorvertelle with-subordinate-clause doorvertellen
doorvertellend onvoltooid deelwoord doorvertellen
doorvertellende woordvorm doorvertellen
doorvertelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorvertellen
vertel door gebiedende wijs doorvertellen
vertelde door verleden tijd doorvertellen
vertelden door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorvertellen
vertelle door woordvorm doorvertellen
vertellen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorvertellen
vertelt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorvertellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorvertellen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorvertellen

Wat betekent doorvertellen?
Doorvertellen is een werkwoord. Het woord betekent: iets wat men heeft horen vertelen aan een derde persoon vertellen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je doorvertellen?
Je vervoegt doorvertellen als volgt: het voltooid deelwoord is doorverteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorvertellen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorvertellen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 24 zonder bonus
  15. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorvertellen in het kort

doorvertellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van doorvertellen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doorvertellen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doorvertellen: iets wat men heeft horen vertelen aan een derde persoon vertellen
Deel doorvertellen — standaardnederlands.nl