Naar de inhoud

doorstoken

voortgaan met stoken

doorstoken

werkwoord ˈdorstokə(n)

Betekenis

  1. voortgaan met stoken

Hoe spreek je doorstoken uit?

/ˈdorstokən/

Doorstoken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdorstokən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
r rood
s sok
t tak
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van doorstoken

doorstokenhele werkwoord — stookte doorverleden tijd enkelvoud — stookten doorverleden tijd meervoud — doorgestooktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stook door stookte door
jij stookt door stookte door
hij, zij, het stookt door stookte door
wij stoken door stookten door
jullie stoken door stookten door
zij stoken door stookten door
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[A] dóórstoken canonical
door te stoken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen stoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal stoken bijzin, toekomende tijd
door zou stoken bijzin, voorwaardelijk
door zouden stoken bijzin, voorwaardelijk
door zoudt stoken bijzin, voorwaardelijk
door zullen stoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen stoken bijzin, toekomende tijd
door zult stoken bijzin, toekomende tijd
doorgestookt verleden tijd, deelwoord
doorgestookt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgestookt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorstokend onvoltooid, deelwoord
doorstook bijzin, tegenwoordige tijd
doorstookt bijzin, tegenwoordige tijd
doorstookte bijzin, verleden tijd
doorstookten bijzin, verleden tijd
er is doorgestookt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgestookt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgestookt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgestookt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgestookt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgestookt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgestookt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgestookt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgestookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stook door gebiedende wijs
stookte door verleden tijd
te hebben doorgestookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorstoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorstoken bijzin, toekomende tijd
zou doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorstoken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorstoken door zou(dt) stoken bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorstoken bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorstoken bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorstoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorstoken bijzin, toekomende tijd
zult doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorstoken bijzin, toekomende tijd
zult/zal doorstoken door zult/zal stoken bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van doorsteken

Vervoeging van doorstoken

doorstokenhele werkwoord — stookte doorverleden tijd enkelvoud — stookten doorverleden tijd meervoud — doorgestooktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stook door stookte door
jij stookt door stookte door
hij, zij, het stookt door stookte door
wij stoken door stookten door
jullie stoken door stookten door
zij stoken door stookten door
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[B] doorstóken canonical
door te stoken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen stoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal stoken bijzin, toekomende tijd
door zou stoken bijzin, voorwaardelijk
door zouden stoken bijzin, voorwaardelijk
door zoudt stoken bijzin, voorwaardelijk
door zullen stoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen stoken bijzin, toekomende tijd
door zult stoken bijzin, toekomende tijd
doorgestookt verleden tijd, deelwoord
doorgestookt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgestookt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorstokend onvoltooid, deelwoord
doorstook bijzin, tegenwoordige tijd
doorstookt bijzin, tegenwoordige tijd
doorstookte bijzin, verleden tijd
doorstookten bijzin, verleden tijd
er is doorgestookt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgestookt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgestookt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgestookt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgestookt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgestookt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgestookt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgestookt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgestookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgestookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgestookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgestookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgestookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stook door gebiedende wijs
stookte door verleden tijd
te hebben doorgestookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorstoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorstoken bijzin, toekomende tijd
zou doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorstoken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorstoken door zou(dt) stoken bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorstoken bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgestookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorstoken bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorstoken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorstoken bijzin, toekomende tijd
zult doorgestookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doorstoken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorstoken bijzin, toekomende tijd
zult/zal doorstoken door zult/zal stoken bijzin, toekomende tijd

Woordfamilie van doorstoken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgestookt voltooid deelwoord doorstoken
doorstoke with-subordinate-clause doorstoken
doorstokend onvoltooid deelwoord doorstoken
doorstokende woordvorm doorstoken
doorstook subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorstoken
doorstookt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorstoken
doorstookte subordinate-clause, verleden tijd doorstoken
doorstookten subordinate-clause, verleden tijd doorstoken
stoke door woordvorm doorstoken
stoken door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorstoken
stook door gebiedende wijs doorstoken
stookt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorstoken
stookte door verleden tijd doorstoken
stookten door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorstoken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorstoken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorstoken

Hoe spreek ik doorstoken uit?
Zo spreek je doorstoken uit: /ˈdorstokə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van doorstoken?
Doorstoken is een werkwoord. De betekenis is: voortgaan met stoken.
Hoe vervoeg ik doorstoken?
Zo vervoeg je doorstoken zo: het voltooid deelwoord is doorgestookt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorstoken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. O 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorstoken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. O 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorstoken in het kort

doorstoken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doorstoken staan er 55 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorstoken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorstoken: voortgaan met stoken
Deel doorstoken — standaardnederlands.nl