doormodderen
werkwoord /dormɔdərən/Betekenis
- moeizaam, knoeierig doorgaan
Hoe spreek je doormodderen uit?
/dormɔdərən/
Doormodderen bestaat uit vier lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| m | maan |
| ɔ | bot |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van doormodderen
doormodderenhele werkwoord — modderde doorverleden tijd enkelvoud — modderden doorverleden tijd meervoud — doorgemodderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | modder door | modderde door |
| jij | moddert door | modderde door |
| hij, zij, het | moddert door | modderde door |
| wij | modderen door | modderden door |
| jullie | modderen door | modderden door |
| zij | modderen door | modderden door |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| door te modderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen modderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal modderen | bijzin, toekomende tijd |
| door zou modderen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden modderen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt modderen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen modderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen modderen | bijzin, toekomende tijd |
| door zult modderen | bijzin, toekomende tijd |
| doorgemodderd | verleden tijd, deelwoord |
| doorgemodderd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgemodderd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doormodder | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doormodderde | bijzin, verleden tijd |
| doormodderden | bijzin, verleden tijd |
| doormodderend | onvoltooid, deelwoord |
| doormoddert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgemodderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgemodderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgemodderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgemodderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgemodderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgemodderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgemodderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgemodderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgemodderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgemodderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgemodderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgemodderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgemodderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgemodderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgemodderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| modder door | gebiedende wijs |
| modderde door | verleden tijd |
| te hebben doorgemodderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doormodderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal doorgemodderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgemodderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgemodderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doormodderen | bijzin, toekomende tijd |
| zou doorgemodderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgemodderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgemodderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doormodderen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doormodderen door zou(dt) modderen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgemodderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgemodderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgemodderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doormodderen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgemodderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doormodderen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgemodderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgemodderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgemodderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doormodderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doormodderen | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgemodderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doormodderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doormodderen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal doormodderen door zult/zal modderen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van door bw en modderen ww
Woordfamilie van doormodderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgemodderd | voltooid deelwoord | doormodderen |
| doorgemodderde | woordvorm | doormodderen |
| doormodder | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doormodderen |
| doormodderde | subordinate-clause, verleden tijd | doormodderen |
| doormodderden | subordinate-clause, verleden tijd | doormodderen |
| doormoddere | with-subordinate-clause | doormodderen |
| doormodderend | onvoltooid deelwoord | doormodderen |
| doormodderende | woordvorm | doormodderen |
| doormoddert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doormodderen |
| modder door | gebiedende wijs | doormodderen |
| modderde door | verleden tijd | doormodderen |
| modderden door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doormodderen |
| moddere door | woordvorm | doormodderen |
| modderen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doormodderen |
| moddert door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doormodderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doormodderen zijn vastgelegd.