doormeten
werkwoordBetekenis
- meten m.b.v. een doorgaande elektrische stroom
Vervoeging van doormeten
doormetenhele werkwoord — mat doorverleden tijd enkelvoud — maten doorverleden tijd meervoud — doorgemetenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | meet door | mat door |
| jij | meet door | mat door |
| hij, zij, het | meet door | mat door |
| wij | meten door | maten door |
| jullie | meten door | maten door |
| zij | meten door | maten door |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| door te meten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen meten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal meten | bijzin, toekomende tijd |
| door zou meten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden meten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt meten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen meten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen meten | bijzin, toekomende tijd |
| door zult meten | bijzin, toekomende tijd |
| doorgemeten | verleden tijd, deelwoord |
| doorgemeten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgemeten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgemeten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgemeten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgemeten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgemeten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgemeten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgemeten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgemeten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgemeten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doormat | bijzin, verleden tijd |
| doormaten | bijzin, verleden tijd |
| doormeet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doormetend | onvoltooid, deelwoord |
| er is doorgemeten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgemeten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgemeten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgemeten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgemeten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgemeten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgemeten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgemeten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgemeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgemeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgemeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgemeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgemeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgemeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgemeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgemeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mat door | verleden tijd |
| meet door | gebiedende wijs |
| te hebben doorgemeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doormeten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doorgemeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgemeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorgemeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgemeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgemeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorgemeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorgemeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgemeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doorgemeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgemeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgemeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgemeten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgemeten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doormeten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doorgemeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doorgemeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgemeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgemeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgemeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgemeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgemeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doormeten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doormeten door zou(dt) meten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgemeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgemeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgemeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgemeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgemeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgemeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doormeten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgemeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgemeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doormeten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgemeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgemeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgemeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgemeten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgemeten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgemeten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doormeten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doormeten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doormeten | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgemeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doorgemeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van door en meten
Woordfamilie van doormeten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgemeten | voltooid deelwoord | doormeten |
| doormat | subordinate-clause, verleden tijd | doormeten |
| doormaten | subordinate-clause, verleden tijd | doormeten |
| doormeet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doormeten |
| doormete | with-subordinate-clause | doormeten |
| doormetend | onvoltooid deelwoord | doormeten |
| doormetende | woordvorm | doormeten |
| mat door | verleden tijd | doormeten |
| maten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doormeten |
| meet door | gebiedende wijs | doormeten |
| mete door | woordvorm | doormeten |
| meten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doormeten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doormeten zijn vastgelegd.