doorkrijgen
werkwoordBetekenis
- gaan beseffen dat er iets niet klopt
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van doorkrijgen
doorkrijgenhele werkwoord — kreeg doorverleden tijd enkelvoud — kregen doorverleden tijd meervoud — doorgekregenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | krijg door | kreeg door |
| jij | krijgt door | kreeg door |
| hij, zij, het | krijgt door | kreeg door |
| wij | krijgen door | kregen door |
| jullie | krijgen door | kregen door |
| zij | krijgen door | kregen door |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| door te krijgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen krijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal krijgen | bijzin, toekomende tijd |
| door zou krijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden krijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt krijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen krijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen krijgen | bijzin, toekomende tijd |
| door zult krijgen | bijzin, toekomende tijd |
| doorgekregen | verleden tijd, deelwoord |
| doorgekregen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgekregen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgekregen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgekregen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgekregen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgekregen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgekregen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgekregen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgekregen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgekregen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorkreeg | bijzin, verleden tijd |
| doorkregen | bijzin, verleden tijd |
| doorkrijg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorkrijgend | onvoltooid, deelwoord |
| doorkrijgt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is doorgekregen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgekregen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgekregen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgekregen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgekregen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgekregen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgekregen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgekregen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgekregen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kreeg door | verleden tijd |
| krijg door | gebiedende wijs |
| te hebben doorgekregen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorkrijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doorgekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorgekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorgekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorgekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doorgekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgekregen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgekregen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorkrijgen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doorgekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doorgekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorkrijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorkrijgen door zou(dt) krijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorkrijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorkrijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorgekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgekregen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgekregen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgekregen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorkrijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorkrijgen | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van door bw en krijgen ww
Woordfamilie van doorkrijgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgekregen | voltooid deelwoord | doorkrijgen |
| doorkreeg | subordinate-clause, verleden tijd | doorkrijgen |
| doorkregen | subordinate-clause, verleden tijd | doorkrijgen |
| doorkrijg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorkrijgen |
| doorkrijge | with-subordinate-clause | doorkrijgen |
| doorkrijgend | onvoltooid deelwoord | doorkrijgen |
| doorkrijgende | woordvorm | doorkrijgen |
| doorkrijgt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorkrijgen |
| kreeg door | verleden tijd | doorkrijgen |
| kregen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorkrijgen |
| krijg door | gebiedende wijs | doorkrijgen |
| krijge door | woordvorm | doorkrijgen |
| krijgen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorkrijgen |
| krijgt door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doorkrijgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorkrijgen zijn vastgelegd.