Naar de inhoud

doorkiezen

het doorkiesnummer bellen

doorkiezen

werkwoord

Betekenis

  1. het doorkiesnummer bellen

Vervoeging van doorkiezen

doorkiezenhele werkwoord — koos doorverleden tijd enkelvoud — kozen doorverleden tijd meervoud — doorgekozenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kies door koos door
jij kiest door koos door
hij, zij, het kiest door koos door
wij kiezen door kozen door
jullie kiezen door kozen door
zij kiezen door kozen door
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
door te kiezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen kiezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal kiezen bijzin, toekomende tijd
door zou kiezen bijzin, voorwaardelijk
door zouden kiezen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt kiezen bijzin, voorwaardelijk
door zullen kiezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen kiezen bijzin, toekomende tijd
door zult kiezen bijzin, toekomende tijd
doorgekozen verleden tijd, deelwoord
doorgekozen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgekozen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorkies bijzin, tegenwoordige tijd
doorkiest bijzin, tegenwoordige tijd
doorkiezend onvoltooid, deelwoord
doorkoos bijzin, verleden tijd
doorkoost bijzin, verleden tijd
doorkozen bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had doorgekozen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgekozen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgekozen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgekozen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgekozen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgekozen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgekozen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgekozen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgekozen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgekozen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgekozen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgekozen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgekozen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgekozen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgekozen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kies door gebiedende wijs
koos door verleden tijd
te hebben doorgekozen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorkiezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal doorgekozen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgekozen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgekozen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorkiezen bijzin, toekomende tijd
zou doorgekozen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgekozen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgekozen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorkiezen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorkiezen door zou(dt) kiezen bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgekozen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgekozen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgekozen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorkiezen bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgekozen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorkiezen bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgekozen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgekozen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgekozen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorkiezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorkiezen bijzin, toekomende tijd
zult doorgekozen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doorkiezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorkiezen bijzin, toekomende tijd
zult/zal doorkiezen door zult/zal kiezen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van door bw en kiezen ww

Woordfamilie van doorkiezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgekozen voltooid deelwoord doorkiezen
doorkies subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorkiezen
doorkiest subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorkiezen
doorkieze with-subordinate-clause doorkiezen
doorkiezend onvoltooid deelwoord doorkiezen
doorkiezende woordvorm doorkiezen
doorkoos subordinate-clause, verleden tijd doorkiezen
doorkozen subordinate-clause, verleden tijd doorkiezen
kies door gebiedende wijs doorkiezen
kiest door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorkiezen
kieze door woordvorm doorkiezen
kiezen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorkiezen
koos door verleden tijd doorkiezen
kozen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorkiezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorkiezen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over doorkiezen

Wat is de betekenis van doorkiezen?
Doorkiezen is een werkwoord. De betekenis is: het doorkiesnummer bellen.
Hoe vervoeg ik doorkiezen?
Zo vervoeg je doorkiezen zo: het voltooid deelwoord is doorgekozen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorkiezen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. K 3
  6. I 1
  7. E 1
  8. Z 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorkiezen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. K 3
  6. I 2
  7. E 1
  8. Z 5
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorkiezen in het kort

doorkiezen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doorkiezen staan er 47 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorkiezen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorkiezen: het doorkiesnummer bellen
Deel doorkiezen — standaardnederlands.nl