Naar de inhoud

doorhebben

begrijpen hoe iets is, een raadsel oplossen

doorhebben

werkwoord

Betekenis

  1. begrijpen hoe iets is, een raadsel oplossen
  2. een ander z'n plannen doorgronden
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van doorhebben

doorhebbenhele werkwoord — had doorverleden tijd enkelvoud — hadden doorverleden tijd meervoud — doorgehadvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik heb door had door
jij hebt door (hadt door)
hij, zij, het heeft door had door
wij hebben door hadden door
jullie hebben door hadden door
zij hebben door hadden door
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
door te hebben actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen hebben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal hebben bijzin, toekomende tijd
door zou hebben bijzin, voorwaardelijk
door zouden hebben bijzin, voorwaardelijk
door zoudt hebben bijzin, voorwaardelijk
door zullen hebben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen hebben bijzin, toekomende tijd
door zult hebben bijzin, toekomende tijd
doorgehad verleden tijd, deelwoord
doorgehad te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgehad zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorhad bijzin, verleden tijd
doorhadden bijzin, verleden tijd
doorhadt bijzin, verleden tijd
doorheb bijzin, tegenwoordige tijd
doorhebbend onvoltooid, deelwoord
doorhebt bijzin, tegenwoordige tijd
doorheeft bijzin, tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
had door verleden tijd
had doorgehad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgehad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgehad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgehad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgehad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgehad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgehad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb door gebiedende wijs
heb doorgehad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgehad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgehad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgehad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgehad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgehad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgehad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgehad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doorgehad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorhebben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal doorgehad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgehad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgehad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorhebben bijzin, toekomende tijd
zou doorgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorhebben bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorhebben door zou(dt) hebben bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorhebben bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgehad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorhebben bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgehad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgehad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgehad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorhebben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorhebben bijzin, toekomende tijd
zult doorgehad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doorhebben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorhebben bijzin, toekomende tijd
zult/zal doorhebben door zult/zal hebben bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van door en hebben

Woordfamilie van doorhebben

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgehad voltooid deelwoord doorhebben
doorhad subordinate-clause, verleden tijd doorhebben
doorhadden subordinate-clause, verleden tijd doorhebben
doorheb subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorhebben
doorhebbe with-subordinate-clause doorhebben
doorhebbend onvoltooid deelwoord doorhebben
doorhebbende woordvorm doorhebben
had door verleden tijd doorhebben
hadden door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorhebben
heb door gebiedende wijs doorhebben
hebbe door woordvorm doorhebben
hebben door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorhebben

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorhebben zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorhebben

Wat betekent doorhebben?
Doorhebben is een werkwoord. Het woord betekent: begrijpen hoe iets is, een raadsel oplossen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je doorhebben?
Je vervoegt doorhebben als volgt: het voltooid deelwoord is doorgehad. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorhebben is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. E 1
  7. B 3
  8. B 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorhebben levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. E 1
  7. B 4
  8. B 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorhebben in het kort

doorhebben staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van doorhebben zijn 49 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doorhebben bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doorhebben: begrijpen hoe iets is, een raadsel oplossen
Deel doorhebben — standaardnederlands.nl