doorblazen
werkwoordBetekenis
- schoonmaken door erdoorheen te blazen
- met kracht blazen, sterk aanhouden (bijv. van de wind)
Vervoeging van doorblazen
doorblazenhele werkwoord — blies doorverleden tijd enkelvoud — bliezen doorverleden tijd meervoud — doorgeblazenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | blaas door | blies door |
| jij | blaast door | blies door |
| hij, zij, het | blaast door | blies door |
| wij | blazen door | bliezen door |
| jullie | blazen door | bliezen door |
| zij | blazen door | bliezen door |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| blaas door | gebiedende wijs |
| blies door | verleden tijd |
| door te blazen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen blazen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal blazen | bijzin, toekomende tijd |
| door zou blazen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden blazen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt blazen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen blazen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen blazen | bijzin, toekomende tijd |
| door zult blazen | bijzin, toekomende tijd |
| doorblaas | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorblaast | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorblazend | onvoltooid, deelwoord |
| doorblies | bijzin, verleden tijd |
| doorbliezen | bijzin, verleden tijd |
| doorgeblazen | verleden tijd, deelwoord |
| doorgeblazen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgeblazen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgeblazen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeblazen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeblazen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgeblazen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgeblazen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgeblazen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgeblazen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgeblazen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| er is doorgeblazen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doorgeblazen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doorgeblazen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgeblazen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doorgeblazen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgeblazen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doorgeblazen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgeblazen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgeblazen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben doorgeblazen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorblazen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorgeblazen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgeblazen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorblazen | bijzin, toekomende tijd |
| zal doorgeblazen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeblazen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgeblazen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doorgeblazen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgeblazen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doorgeblazen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorblazen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou doorgeblazen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeblazen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeblazen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeblazen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgeblazen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgeblazen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) doorblazen door zou(dt) blazen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorblazen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgeblazen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgeblazen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgeblazen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorgeblazen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgeblazen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgeblazen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorblazen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgeblazen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorgeblazen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen doorblazen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorblazen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen doorgeblazen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgeblazen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgeblazen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorgeblazen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorgeblazen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgeblazen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgeblazen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult doorblazen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van door en blazen
Woordfamilie van doorblazen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blaas door | gebiedende wijs | doorblazen |
| blaast door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doorblazen |
| blaze door | woordvorm | doorblazen |
| blazen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorblazen |
| blies door | verleden tijd | doorblazen |
| bliezen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doorblazen |
| doorblaas | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorblazen |
| doorblaast | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorblazen |
| doorblaze | with-subordinate-clause | doorblazen |
| doorblazend | onvoltooid deelwoord | doorblazen |
| doorblazende | woordvorm | doorblazen |
| doorblies | subordinate-clause, verleden tijd | doorblazen |
| doorbliezen | subordinate-clause, verleden tijd | doorblazen |
| doorgeblazen | voltooid deelwoord | doorblazen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorblazen zijn vastgelegd.