doodspuiten
werkwoordBetekenis
- door spuiten doden
- door bespuiten met gif doden
Vervoeging van doodspuiten
doodspuitenhele werkwoord — spoot doodverleden tijd enkelvoud — spoten doodverleden tijd meervoud — doodgespotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spuit dood | spoot dood |
| jij | spuit dood | spoot dood |
| hij, zij, het | spuit dood | spoot dood |
| wij | spuiten dood | spoten dood |
| jullie | spuiten dood | spoten dood |
| zij | spuiten dood | spoten dood |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dood te spuiten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| dood te zullen spuiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| dood zal spuiten | bijzin, toekomende tijd |
| dood zou spuiten | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zouden spuiten | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zoudt spuiten | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zullen spuiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| dood zullen spuiten | bijzin, toekomende tijd |
| dood zult spuiten | bijzin, toekomende tijd |
| doodgespoten | verleden tijd, deelwoord |
| doodgespoten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doodgespoten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doodgespoten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doodgespoten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doodgespoten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doodgespoten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doodgespoten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doodgespoten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doodgespoten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doodgespoten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doodspoot | bijzin, verleden tijd |
| doodspoten | bijzin, verleden tijd |
| doodspuit | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doodspuitend | onvoltooid, deelwoord |
| er is doodgespoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doodgespoten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doodgespoten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doodgespoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doodgespoten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doodgespoten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doodgespoten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doodgespoten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doodgespoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doodgespoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doodgespoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doodgespoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doodgespoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doodgespoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doodgespoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doodgespoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spoot dood | verleden tijd |
| spuit dood | gebiedende wijs |
| te hebben doodgespoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doodspuiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doodgespoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doodgespoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doodgespoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doodgespoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doodgespoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doodgespoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doodgespoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doodgespoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doodgespoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doodgespoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doodgespoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doodgespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doodgespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doodspuiten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doodgespoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doodgespoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doodgespoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doodgespoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doodgespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doodgespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doodgespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doodspuiten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doodspuiten dood zou(dt) spuiten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doodgespoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doodgespoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doodgespoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodgespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doodgespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doodgespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doodspuiten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doodgespoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doodgespoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doodspuiten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doodgespoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doodgespoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doodgespoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doodgespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doodgespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doodgespoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doodspuiten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doodspuiten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doodspuiten | bijzin, toekomende tijd |
| zult doodgespoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doodgespoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van dood en spuiten
Woordfamilie van doodspuiten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doodgespoten | voltooid deelwoord | doodspuiten |
| doodspoot | subordinate-clause, verleden tijd | doodspuiten |
| doodspoten | subordinate-clause, verleden tijd | doodspuiten |
| doodspuit | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doodspuiten |
| doodspuite | with-subordinate-clause | doodspuiten |
| doodspuitend | onvoltooid deelwoord | doodspuiten |
| doodspuitende | woordvorm | doodspuiten |
| spoot dood | verleden tijd | doodspuiten |
| spoten dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doodspuiten |
| spuit dood | gebiedende wijs | doodspuiten |
| spuite dood | woordvorm | doodspuiten |
| spuiten dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doodspuiten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodspuiten zijn vastgelegd.