Naar de inhoud

doodspuiten

door spuiten doden

doodspuiten

werkwoord

Betekenis

  1. door spuiten doden
  2. door bespuiten met gif doden

Vervoeging van doodspuiten

doodspuitenhele werkwoord — spoot doodverleden tijd enkelvoud — spoten doodverleden tijd meervoud — doodgespotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spuit dood spoot dood
jij spuit dood spoot dood
hij, zij, het spuit dood spoot dood
wij spuiten dood spoten dood
jullie spuiten dood spoten dood
zij spuiten dood spoten dood
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dood te spuiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dood te zullen spuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dood zal spuiten bijzin, toekomende tijd
dood zou spuiten bijzin, voorwaardelijk
dood zouden spuiten bijzin, voorwaardelijk
dood zoudt spuiten bijzin, voorwaardelijk
dood zullen spuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dood zullen spuiten bijzin, toekomende tijd
dood zult spuiten bijzin, toekomende tijd
doodgespoten verleden tijd, deelwoord
doodgespoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doodgespoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doodgespoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgespoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgespoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgespoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doodgespoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doodgespoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodgespoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodgespoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodspoot bijzin, verleden tijd
doodspoten bijzin, verleden tijd
doodspuit bijzin, tegenwoordige tijd
doodspuitend onvoltooid, deelwoord
er is doodgespoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doodgespoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doodgespoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doodgespoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doodgespoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doodgespoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doodgespoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doodgespoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doodgespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doodgespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doodgespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doodgespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doodgespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doodgespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doodgespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doodgespoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spoot dood verleden tijd
spuit dood gebiedende wijs
te hebben doodgespoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doodspuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doodgespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doodgespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doodgespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doodgespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doodgespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doodgespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doodgespoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgespoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doodgespoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doodgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doodspuiten bijzin, toekomende tijd
zijn doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doodgespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doodgespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doodspuiten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doodspuiten dood zou(dt) spuiten bijzin, voorwaardelijk
zouden doodgespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doodspuiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt doodgespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodgespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doodspuiten bijzin, voorwaardelijk
zullen doodgespoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgespoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgespoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgespoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodspuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doodspuiten bijzin, toekomende tijd
zult doodgespoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doodgespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van dood en spuiten

Woordfamilie van doodspuiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doodgespoten voltooid deelwoord doodspuiten
doodspoot subordinate-clause, verleden tijd doodspuiten
doodspoten subordinate-clause, verleden tijd doodspuiten
doodspuit subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodspuiten
doodspuite with-subordinate-clause doodspuiten
doodspuitend onvoltooid deelwoord doodspuiten
doodspuitende woordvorm doodspuiten
spoot dood verleden tijd doodspuiten
spoten dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doodspuiten
spuit dood gebiedende wijs doodspuiten
spuite dood woordvorm doodspuiten
spuiten dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doodspuiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodspuiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doodspuiten

Wat betekent doodspuiten?
Doodspuiten is een werkwoord. Het woord betekent: door spuiten doden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je doodspuiten?
Je vervoegt doodspuiten als volgt: het voltooid deelwoord is doodgespoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doodspuiten is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. S 2
  6. P 3
  7. U 4
  8. I 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doodspuiten levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. S 2
  6. P 4
  7. U 2
  8. I 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doodspuiten in het kort

doodspuiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van doodspuiten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doodspuiten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doodspuiten: door spuiten doden
Deel doodspuiten — standaardnederlands.nl