doodslaan
werkwoord ˈdotslanBetekenis
- met een klap doden
Hoe spreek je doodslaan uit?
/ˈdotslan/
Doodslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| t | tak |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van doodslaan
doodslaanhele werkwoord — sloeg doodverleden tijd enkelvoud — sloegen doodverleden tijd meervoud — doodgeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla dood | sloeg dood |
| jij | slaat dood | sloeg dood |
| hij, zij, het | slaat dood | sloeg dood |
| wij | slaan dood | sloegen dood |
| jullie | slaan dood | sloegen dood |
| zij | slaan dood | sloegen dood |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dood te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| dood te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| dood zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| dood zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| dood zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| dood zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| doodgeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| doodgeslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doodgeslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doodgeslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doodgeslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doodgeslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doodgeslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doodgeslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doodgeslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doodgeslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doodgeslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doodsla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doodslaand | onvoltooid, deelwoord |
| doodslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doodsloeg | bijzin, verleden tijd |
| doodsloegen | bijzin, verleden tijd |
| doodsloegt | bijzin, verleden tijd |
| er is doodgeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doodgeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doodgeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doodgeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doodgeslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doodgeslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doodgeslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doodgeslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doodgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sla dood | gebiedende wijs |
| sloeg dood | verleden tijd |
| te hebben doodgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doodslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doodgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doodgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doodgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doodgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doodgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doodgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doodgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doodslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doodgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doodgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doodgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doodgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doodgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doodgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doodgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doodslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doodslaan dood zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doodgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doodgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doodgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doodgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doodgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doodslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doodgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doodgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doodslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doodgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doodgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doodgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doodgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doodgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doodgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doodgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doodslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doodslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doodslaan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van dood en slaan
Woordfamilie van doodslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doodgeslagen | voltooid deelwoord | doodslaan |
| doodsla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doodslaan |
| doodslaand | onvoltooid deelwoord | doodslaan |
| doodslaande | woordvorm | doodslaan |
| doodslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doodslaan |
| doodsloeg | subordinate-clause, verleden tijd | doodslaan |
| doodsloegen | subordinate-clause, verleden tijd | doodslaan |
| sla dood | gebiedende wijs | doodslaan |
| slaan dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doodslaan |
| slaat dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doodslaan |
| sloeg dood | verleden tijd | doodslaan |
| sloegen dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doodslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodslaan zijn vastgelegd.