Naar de inhoud

doodschieten

doden met een schiettuig m.n. door een vuurwapen

doodschieten

werkwoord /ˈdotsxitə(n)/

Betekenis

  1. doden met een schiettuig m.n. door een vuurwapen

Hoe spreek je doodschieten uit?

/ˈdotsxitən/

Doodschieten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdotsxitən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
t tak
s sok
x acht
i riet
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van doodschieten

doodschietenhele werkwoord — schoot doodverleden tijd enkelvoud — schoten doodverleden tijd meervoud — doodgeschotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schiet dood schoot dood
jij schiet dood schoot dood
hij, zij, het schiet dood schoot dood
wij schieten dood schoten dood
jullie schieten dood schoten dood
zij schieten dood schoten dood
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dood te schieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dood te zullen schieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dood zal schieten bijzin, toekomende tijd
dood zou schieten bijzin, voorwaardelijk
dood zouden schieten bijzin, voorwaardelijk
dood zoudt schieten bijzin, voorwaardelijk
dood zullen schieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dood zullen schieten bijzin, toekomende tijd
dood zult schieten bijzin, toekomende tijd
doodgeschoten verleden tijd, deelwoord
doodgeschoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doodgeschoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doodgeschoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgeschoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgeschoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgeschoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doodgeschoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doodgeschoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodgeschoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodgeschoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodschiet bijzin, tegenwoordige tijd
doodschietend onvoltooid, deelwoord
doodschoot bijzin, verleden tijd
doodschoten bijzin, verleden tijd
er is doodgeschoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doodgeschoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doodgeschoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doodgeschoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doodgeschoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doodgeschoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doodgeschoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doodgeschoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doodgeschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doodgeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doodgeschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doodgeschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doodgeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doodgeschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doodgeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doodgeschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schiet dood gebiedende wijs
schoot dood verleden tijd
te hebben doodgeschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doodschieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doodgeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgeschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doodgeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgeschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doodgeschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doodgeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doodgeschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doodgeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doodgeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doodgeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doodgeschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgeschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doodschieten bijzin, toekomende tijd
zijn doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doodgeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doodgeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doodschieten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doodschieten dood zou(dt) schieten bijzin, voorwaardelijk
zouden doodgeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodgeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doodschieten bijzin, voorwaardelijk
zoudt doodgeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodgeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doodschieten bijzin, voorwaardelijk
zullen doodgeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodgeschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgeschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgeschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodschieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doodschieten bijzin, toekomende tijd
zult doodgeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doodgeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van dood en schieten

Woordfamilie van doodschieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doodgeschoten voltooid deelwoord doodschieten
doodschiet subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodschieten
doodschiete with-subordinate-clause doodschieten
doodschietend onvoltooid deelwoord doodschieten
doodschietende woordvorm doodschieten
doodschoot subordinate-clause, verleden tijd doodschieten
doodschoten subordinate-clause, verleden tijd doodschieten
schiet dood gebiedende wijs doodschieten
schiete dood woordvorm doodschieten
schieten dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doodschieten
schoot dood verleden tijd doodschieten
schoten dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doodschieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodschieten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doodschieten

Hoe spreek ik doodschieten uit?
Zo spreek je doodschieten uit: /ˈdotsxitə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van doodschieten?
Doodschieten is een werkwoord. De betekenis is: doden met een schiettuig m.n. door een vuurwapen.
Hoe vervoeg ik doodschieten?
Zo vervoeg je doodschieten zo: het voltooid deelwoord is doodgeschoten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doodschieten is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. I 1
  9. E 1
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doodschieten levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. I 2
  9. E 1
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doodschieten in het kort

doodschieten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doodschieten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doodschieten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doodschieten: doden met een schiettuig m.n. door een vuurwapen
Deel doodschieten — standaardnederlands.nl