Naar de inhoud

doodgooien

overstelpen, teveel krijgen

doodgooien

werkwoord

Betekenis

  1. overstelpen, teveel krijgen

Vervoeging van doodgooien

doodgooienhele werkwoord — gooide doodverleden tijd enkelvoud — gooiden doodverleden tijd meervoud — doodgegooidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gooi dood gooide dood
jij gooit dood gooide dood
hij, zij, het gooit dood gooide dood
wij gooien dood gooiden dood
jullie gooien dood gooiden dood
zij gooien dood gooiden dood
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dood te gooien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dood te zullen gooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dood zal gooien bijzin, toekomende tijd
dood zou gooien bijzin, voorwaardelijk
dood zouden gooien bijzin, voorwaardelijk
dood zoudt gooien bijzin, voorwaardelijk
dood zullen gooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dood zullen gooien bijzin, toekomende tijd
dood zult gooien bijzin, toekomende tijd
doodgegooid verleden tijd, deelwoord
doodgegooid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgegooid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodgooi bijzin, tegenwoordige tijd
doodgooide bijzin, verleden tijd
doodgooiden bijzin, verleden tijd
doodgooiend onvoltooid, deelwoord
doodgooit bijzin, tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
gooi dood gebiedende wijs
gooide dood verleden tijd
had doodgegooid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doodgegooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doodgegooid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doodgegooid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doodgegooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doodgegooid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doodgegooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doodgegooid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doodgegooid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doodgegooid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doodgegooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doodgegooid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doodgegooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doodgegooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doodgegooid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doodgegooid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doodgooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal doodgegooid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgegooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doodgegooid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doodgooien bijzin, toekomende tijd
zou doodgegooid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgegooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgegooid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doodgooien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doodgooien dood zou(dt) gooien bijzin, voorwaardelijk
zouden doodgegooid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgegooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgegooid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doodgooien bijzin, voorwaardelijk
zoudt doodgegooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doodgooien bijzin, voorwaardelijk
zullen doodgegooid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgegooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgegooid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodgooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doodgooien bijzin, toekomende tijd
zult doodgegooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doodgooien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doodgooien bijzin, toekomende tijd
zult/zal doodgooien dood zult/zal gooien bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van dood en gooien

Woordfamilie van doodgooien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doodgegooid voltooid deelwoord doodgooien
doodgegooide woordvorm doodgooien
doodgooi subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodgooien
doodgooide subordinate-clause, verleden tijd doodgooien
doodgooiden subordinate-clause, verleden tijd doodgooien
doodgooie with-subordinate-clause doodgooien
doodgooiend onvoltooid deelwoord doodgooien
doodgooiende woordvorm doodgooien
doodgooit subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodgooien
gooi dood gebiedende wijs doodgooien
gooide dood verleden tijd doodgooien
gooiden dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doodgooien
gooie dood woordvorm doodgooien
gooien dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doodgooien
gooit dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doodgooien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodgooien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doodgooien

Wat betekent doodgooien?
Doodgooien is een werkwoord. Het woord betekent: overstelpen, teveel krijgen.
Hoe vervoeg je doodgooien?
Je vervoegt doodgooien als volgt: het voltooid deelwoord is doodgegooid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doodgooien is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. G 3
  6. O 1
  7. O 1
  8. I 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doodgooien levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. G 3
  6. O 1
  7. O 1
  8. I 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 zonder bonus
  12. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doodgooien in het kort

doodgooien staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doodgooien zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doodgooien bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doodgooien: overstelpen, teveel krijgen
Deel doodgooien — standaardnederlands.nl