Naar de inhoud

doodgaan

het leven verlaten

doodgaan

werkwoord /ˈdotxan/

Betekenis

  1. het leven verlaten
  2. (van stand-upcomedians e.d.) niet in staat zijn het publiek aan het lachen te krijgen, een reeks grappen vertellen die geen van allen aanslaat

Hoe spreek je doodgaan uit?

/ˈdotxan/

Doodgaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdotxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
t tak
x acht
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. niet in staat zijn het publiek aan het lachen te krijgen, een reeks grappen vertellen die geen van allen aanslaat

Vervoeging van doodgaan

doodgaanhele werkwoord — ging doodverleden tijd enkelvoud — gingen doodverleden tijd meervoud — doodgegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga dood ging dood
jij gaat dood ging dood
hij, zij, het gaat dood ging dood
wij gaan dood gingen dood
jullie gaan dood gingen dood
zij gaan dood gingen dood
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben doodgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doodgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dood te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dood te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dood zal gaan bijzin, toekomende tijd
dood zou gaan bijzin, voorwaardelijk
dood zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
dood zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
dood zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dood zullen gaan bijzin, toekomende tijd
dood zult gaan bijzin, toekomende tijd
doodga bijzin, tegenwoordige tijd
doodgaand onvoltooid, deelwoord
doodgaat bijzin, tegenwoordige tijd
doodgegaan verleden tijd, deelwoord
doodgegaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgegaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodging bijzin, verleden tijd
doodgingen bijzin, verleden tijd
doodgingt bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
ga dood gebiedende wijs
ging dood verleden tijd
is doodgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doodgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn doodgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doodgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doodgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doodgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doodgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doodgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doodgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doodgaan bijzin, toekomende tijd
zal doodgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doodgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn doodgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn doodgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doodgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doodgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doodgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doodgaan bijzin, voorwaardelijk
zou doodgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) doodgaan dood zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doodgaan bijzin, voorwaardelijk
zouden doodgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doodgaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt doodgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doodgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doodgaan bijzin, toekomende tijd
zullen doodgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doodgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doodgaan bijzin, toekomende tijd
zult doodgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal doodgaan dood zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van dood en gaan

Woordfamilie van doodgaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doodga subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodgaan
doodgaand onvoltooid deelwoord doodgaan
doodgaande woordvorm doodgaan
doodgaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodgaan
doodgegaan voltooid deelwoord doodgaan
doodging subordinate-clause, verleden tijd doodgaan
doodgingen subordinate-clause, verleden tijd doodgaan
ga dood gebiedende wijs doodgaan
gaan dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doodgaan
gaat dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doodgaan
ging dood verleden tijd doodgaan
gingen dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doodgaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodgaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doodgaan

Hoe spreek je doodgaan uit?
De uitspraak van doodgaan is: /ˈdotxan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent doodgaan?
Doodgaan is een werkwoord. Het woord betekent: het leven verlaten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je doodgaan?
Je vervoegt doodgaan als volgt: het voltooid deelwoord is doodgegaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doodgaan is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. G 3
  6. A 1
  7. A 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doodgaan levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. G 3
  6. A 1
  7. A 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doodgaan in het kort

doodgaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van doodgaan zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doodgaan bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doodgaan: het leven verlaten
Deel doodgaan — standaardnederlands.nl