Naar de inhoud

doodblijven

plotseling en onverwacht overlijden

doodblijven

werkwoord

Betekenis

  1. plotseling en onverwacht overlijden

Vervoeging van doodblijven

doodblijvenhele werkwoord — bleef doodverleden tijd enkelvoud — bleven doodverleden tijd meervoud — doodgeblevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blijf dood bleef dood
jij blijft dood bleef dood
hij, zij, het blijft dood bleef dood
wij blijven dood bleven dood
jullie blijven dood bleven dood
zij blijven dood bleven dood
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben doodgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doodgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bleef dood verleden tijd
blijf dood gebiedende wijs
dood te blijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dood te zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dood zal blijven bijzin, toekomende tijd
dood zou blijven bijzin, voorwaardelijk
dood zouden blijven bijzin, voorwaardelijk
dood zoudt blijven bijzin, voorwaardelijk
dood zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dood zullen blijven bijzin, toekomende tijd
dood zult blijven bijzin, toekomende tijd
doodbleef bijzin, verleden tijd
doodbleeft bijzin, verleden tijd
doodbleven bijzin, verleden tijd
doodblijf bijzin, tegenwoordige tijd
doodblijft bijzin, tegenwoordige tijd
doodblijvend onvoltooid, deelwoord
doodgebleven verleden tijd, deelwoord
doodgebleven te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgebleven zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ev. gebiedende wijs
is doodgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doodgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn doodgebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doodblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doodgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doodgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doodgebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doodgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doodgebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doodblijven bijzin, toekomende tijd
zal doodgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doodgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn doodgebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn doodgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doodgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doodgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doodgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doodblijven bijzin, voorwaardelijk
zou doodgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) doodblijven dood zou(dt) blijven bijzin, voorwaardelijk
zouden doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doodblijven bijzin, voorwaardelijk
zouden doodgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doodblijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt doodgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doodblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doodblijven bijzin, toekomende tijd
zullen doodgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doodblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doodblijven bijzin, toekomende tijd
zult doodgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal doodblijven dood zult/zal blijven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van dood en blijven

Woordfamilie van doodblijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bleef dood verleden tijd doodblijven
bleven dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doodblijven
blijf dood gebiedende wijs doodblijven
blijft dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doodblijven
blijve dood woordvorm doodblijven
blijven dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doodblijven
doodbleef subordinate-clause, verleden tijd doodblijven
doodbleven subordinate-clause, verleden tijd doodblijven
doodblijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodblijven
doodblijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodblijven
doodblijve with-subordinate-clause doodblijven
doodblijvend onvoltooid deelwoord doodblijven
doodblijvende woordvorm doodblijven
doodgebleven voltooid deelwoord doodblijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodblijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doodblijven

Wat betekent doodblijven?
Doodblijven is een werkwoord. Het woord betekent: plotseling en onverwacht overlijden.
Hoe vervoeg je doodblijven?
Je vervoegt doodblijven als volgt: het voltooid deelwoord is doodgebleven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doodblijven is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. B 3
  6. L 3
  7. I 1
  8. J 4
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doodblijven levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. B 4
  6. L 3
  7. I 2
  8. J 4
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doodblijven in het kort

doodblijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doodblijven zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doodblijven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doodblijven: plotseling en onverwacht overlijden
Deel doodblijven — standaardnederlands.nl