Naar de inhoud

doezelen

een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven

doezelen

werkwoord

Betekenis

  1. een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven
  2. lichtjes slapen

Vervoeging van doezelen

doezelenhele werkwoord — doezeldeverleden tijd enkelvoud — doezeldenverleden tijd meervoud — gedoezeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doezel doezelde
jij doezelt doezelde
hij, zij, het doezelt doezelde
wij doezelen doezelden
jullie doezelen doezelden
zij doezelen doezelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
doezel gebiedende wijs
doezelde verleden tijd
doezele aanvoegende wijs
doezelend onvoltooid, deelwoord
er is gedoezeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedoezeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedoezeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedoezeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedoezeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedoezeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedoezeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedoezeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedoezeld verleden tijd, deelwoord
gedoezeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedoezeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedoezeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedoezeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedoezeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedoezeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedoezeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedoezeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedoezeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedoezeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedoezeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doezelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedoezeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doezelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal doezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedoezeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedoezeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedoezeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou doezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedoezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedoezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedoezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedoezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedoezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedoezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedoezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doezelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedoezeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedoezeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedoezeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedoezeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘suf zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1911

Woordfamilie van doezelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doezelde verleden tijd doezelen
doezelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doezelen
doezele aanvoegende wijs doezelen
doezelend onvoltooid deelwoord doezelen
doezelende woordvorm doezelen
doezelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doezelen
gedoezeld voltooid deelwoord doezelen
gedoezelde woordvorm doezelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doezelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over doezelen

Wat is de betekenis van doezelen?
Doezelen is een werkwoord. De betekenis is: een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doezelen?
Zo vervoeg je doezelen zo: de tegenwoordige tijd is doezel, de verleden tijd is doezelde en het voltooid deelwoord is gedoezeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doezelen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doezelen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. Z 5
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doezelen in het kort

doezelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doezelen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doezelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doezelen: een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven
Deel doezelen — standaardnederlands.nl