| dieet |
gebiedende wijs
|
| dieette |
verleden tijd
|
| diëte |
aanvoegende wijs
|
| diëtend |
onvoltooid, deelwoord
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gedieet |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gedieet |
verleden tijd, deelwoord
|
| gedieet te zullen |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gedieet zullen |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| te diëten |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te gedieet |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen diëten |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zou diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen diëten |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult diëten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|