Naar de inhoud

divergeren

uiteenwijken, uiteenlopen, uit elkaar gaan

divergeren

werkwoord

Betekenis

  1. uiteenwijken, uiteenlopen, uit elkaar gaan

Vervoeging van divergeren

divergerenhele werkwoord — divergeerdeverleden tijd enkelvoud — divergeerdenverleden tijd meervoud — gedivergeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik divergeer divergeerde
jij divergeert divergeerde
hij, zij, het divergeert divergeerde
wij divergeren divergeerden
jullie divergeren divergeerden
zij divergeren divergeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
divergeer gebiedende wijs
divergeerde verleden tijd
divergere aanvoegende wijs
divergerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedivergeerd verleden tijd, deelwoord
gedivergeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedivergeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedivergeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedivergeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedivergeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedivergeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedivergeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedivergeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedivergeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedivergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedivergeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedivergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedivergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedivergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedivergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedivergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedivergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te divergeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedivergeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen divergeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal divergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal divergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal divergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedivergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedivergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedivergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou divergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou divergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou divergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedivergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedivergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedivergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden divergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden divergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden divergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedivergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedivergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedivergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt divergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedivergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen divergeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen divergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen divergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen divergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedivergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedivergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedivergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult divergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedivergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uiteenwijken’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Woordfamilie van divergeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
divergeer gebiedende wijs divergeren
divergeerde verleden tijd divergeren
divergeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon divergeren
divergeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon divergeren
divergere aanvoegende wijs divergeren
divergerend onvoltooid deelwoord divergeren
divergerende woordvorm divergeren
gedivergeerd voltooid deelwoord divergeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van divergeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over divergeren

Wat betekent divergeren?
Divergeren is een werkwoord. Het woord betekent: uiteenwijken, uiteenlopen, uit elkaar gaan.
Hoe vervoeg je divergeren?
Je vervoegt divergeren als volgt: de tegenwoordige tijd is divergeer, de verleden tijd is divergeerde en het voltooid deelwoord is gedivergeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord divergeren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

divergeren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. V 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

divergeren in het kort

divergeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van divergeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort divergeren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

divergeren: uiteenwijken, uiteenlopen, uit elkaar gaan
Deel divergeren — standaardnederlands.nl