district
zelfstandig naamwoord dɪs'trɪktBetekenis
- het gebied met een eigen lokale overheid
- arrondissement
- buurt
- district
- gouw
- rayon
- stadswijk
- wijk
Hoe spreek je district uit?
/dɪsˈtrɪkt/
District bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| districten | meervoud |
| districtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| districtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ambtsgebied’ voor het eerst aangetroffen in 1588
Woordfamilie van district
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| districten | meervoud | district |
| districtje | verkleinwoord | district |
| districtjes | verkleinwoord meervoud | district |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van district zijn vastgelegd.