display
zelfstandig naamwoord 'dɪspleBetekenis
- een (elektronisch) apparaat waarop iets afgebeeld wordt. Het wordt voornamelijk gebruikt voor kleinere schermpjes; voor grotere schermen wordt veelal de term beeldscherm gebruikt.
Hoe spreek je display uit?
/ˈdɪsple/
Display bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| p | pak |
| l | land |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| displays | meervoud |
| displaytje | verkleinwoord, enkelvoud |
| displaytjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘uitstalling’ voor het eerst aangetroffen in 1974
Woordfamilie van display
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| displays | meervoud | display |
| displaytje | verkleinwoord | display |
| displaytjes | verkleinwoord meervoud | display |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van display zijn vastgelegd.