dirigeren
werkwoordBetekenis
- leiding geven aan een groep mensen die musiceren
- mensen ergens heensturen
- leiden
Vervoeging van dirigeren
dirigerenhele werkwoord — dirigeerdeverleden tijd enkelvoud — dirigeerdenverleden tijd meervoud — gedirigeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dirigeer | dirigeerde |
| jij | dirigeert | dirigeerde |
| hij, zij, het | dirigeert | dirigeerde |
| wij | dirigeren | dirigeerden |
| jullie | dirigeren | dirigeerden |
| zij | dirigeren | dirigeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dirigeer | gebiedende wijs |
| dirigeerde | verleden tijd |
| dirigere | aanvoegende wijs |
| dirigerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedirigeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedirigeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedirigeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedirigeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedirigeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedirigeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedirigeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedirigeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedirigeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedirigeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedirigeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedirigeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedirigeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedirigeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedirigeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedirigeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedirigeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedirigeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedirigeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedirigeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dirigeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedirigeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dirigeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedirigeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedirigeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedirigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedirigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedirigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedirigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedirigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedirigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedirigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedirigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedirigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedirigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedirigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedirigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedirigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedirigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedirigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedirigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedirigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedirigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedirigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedirigeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dirigeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedirigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedirigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedirigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedirigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedirigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedirigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dirigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedirigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedirigeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedirigeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘richten, besturen’ voor het eerst aangetroffen in 1497
Woordfamilie van dirigeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dirigeer | gebiedende wijs | dirigeren |
| dirigeerde | verleden tijd | dirigeren |
| dirigeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dirigeren |
| dirigeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dirigeren |
| dirigere | aanvoegende wijs | dirigeren |
| dirigerend | onvoltooid deelwoord | dirigeren |
| dirigerende | woordvorm | dirigeren |
| gedirigeerd | voltooid deelwoord | dirigeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dirigeren zijn vastgelegd.