Naar de inhoud

dirigeren

leiding geven aan een groep mensen die musiceren

dirigeren

werkwoord

Betekenis

  1. leiding geven aan een groep mensen die musiceren
  2. mensen ergens heensturen
  3. leiden

Vervoeging van dirigeren

dirigerenhele werkwoord — dirigeerdeverleden tijd enkelvoud — dirigeerdenverleden tijd meervoud — gedirigeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dirigeer dirigeerde
jij dirigeert dirigeerde
hij, zij, het dirigeert dirigeerde
wij dirigeren dirigeerden
jullie dirigeren dirigeerden
zij dirigeren dirigeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dirigeer gebiedende wijs
dirigeerde verleden tijd
dirigere aanvoegende wijs
dirigerend onvoltooid, deelwoord
er is gedirigeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedirigeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedirigeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedirigeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedirigeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedirigeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedirigeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedirigeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedirigeerd verleden tijd, deelwoord
gedirigeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedirigeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedirigeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedirigeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedirigeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedirigeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedirigeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedirigeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedirigeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedirigeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedirigeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedirigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedirigeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedirigeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedirigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedirigeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedirigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedirigeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dirigeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedirigeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dirigeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedirigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedirigeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedirigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedirigeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedirigeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedirigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedirigeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedirigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedirigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedirigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedirigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedirigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedirigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedirigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedirigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedirigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedirigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedirigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedirigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedirigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedirigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedirigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedirigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedirigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedirigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedirigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedirigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedirigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dirigeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedirigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedirigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedirigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedirigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedirigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedirigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dirigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedirigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedirigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedirigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘richten, besturen’ voor het eerst aangetroffen in 1497

Woordfamilie van dirigeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dirigeer gebiedende wijs dirigeren
dirigeerde verleden tijd dirigeren
dirigeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dirigeren
dirigeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dirigeren
dirigere aanvoegende wijs dirigeren
dirigerend onvoltooid deelwoord dirigeren
dirigerende woordvorm dirigeren
gedirigeerd voltooid deelwoord dirigeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dirigeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over dirigeren

Wat is de betekenis van dirigeren?
Dirigeren is een werkwoord. De betekenis is: leiding geven aan een groep mensen die musiceren. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik dirigeren?
Zo vervoeg je dirigeren zo: de tegenwoordige tijd is dirigeer, de verleden tijd is dirigeerde en het voltooid deelwoord is gedirigeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dirigeren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. R 2
  4. I 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dirigeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. R 2
  4. I 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dirigeren in het kort

dirigeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van dirigeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dirigeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dirigeren: leiding geven aan een groep mensen die musiceren
Deel dirigeren — standaardnederlands.nl