dilateren
werkwoordBetekenis
- doen uitzetten, wijder maken
Vervoeging van dilateren
dilaterenhele werkwoord — dilateerdeverleden tijd enkelvoud — dilateerdenverleden tijd meervoud — gedilateerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dilateer | dilateerde |
| jij | dilateert | dilateerde |
| hij, zij, het | dilateert | dilateerde |
| wij | dilateren | dilateerden |
| jullie | dilateren | dilateerden |
| zij | dilateren | dilateerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dilateer | gebiedende wijs |
| dilateerde | verleden tijd |
| dilatere | aanvoegende wijs |
| dilaterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedilateerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedilateerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedilateerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedilateerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedilateerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedilateerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedilateerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedilateerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedilateerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedilateerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedilateerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedilateerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedilateerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedilateerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedilateerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedilateerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedilateerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedilateerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedilateerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedilateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedilateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedilateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedilateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedilateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedilateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedilateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedilateerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dilateren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedilateerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dilateren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedilateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedilateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedilateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedilateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedilateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedilateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedilateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedilateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedilateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedilateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedilateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedilateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedilateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedilateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedilateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedilateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedilateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedilateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedilateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedilateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedilateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedilateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedilateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedilateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedilateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedilateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedilateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedilateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dilateren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedilateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedilateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedilateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedilateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedilateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedilateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dilateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedilateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedilateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedilateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse dilater (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van dilateren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dilateer | gebiedende wijs | dilateren |
| dilateerde | verleden tijd | dilateren |
| dilateerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dilateren |
| dilateert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dilateren |
| dilatere | aanvoegende wijs | dilateren |
| dilaterend | onvoltooid deelwoord | dilateren |
| dilaterende | woordvorm | dilateren |
| gedilateerd | voltooid deelwoord | dilateren |
| gedilateerde | woordvorm | dilateren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dilateren zijn vastgelegd.