dieselen
werkwoord ˈdizələ(n)Betekenis
- voortbewegen met behulp van een dieselmotor (kan zowel een voertuig als de gebruikers daarvan als onderwerp hebben)
- blijven draaien van een motor met uitgeschakelde ontsteking wanneer er gloeiende koolstofdeeltjes in zitten die voor spontane ontbranding zorgen
- draaien met de kenmerkende bromtoon of typische geur van een dieselmotor
Hoe spreek je dieselen uit?
/ˈdizələn/
Dieselen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| z | zon |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- voortbewegen met behulp van een dieselmotor intransitive
Vervoeging van dieselen
dieselenhele werkwoord — dieseldeverleden tijd enkelvoud — dieseldenverleden tijd meervoud — gedieseldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | diesel | dieselde |
| jij | dieselt | dieselde |
| hij, zij, het | dieselt | dieselde |
| wij | dieselen | dieselden |
| jullie | dieselen | dieselden |
| zij | dieselen | dieselden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| diesel | gebiedende wijs |
| dieselde | verleden tijd |
| diesele | aanvoegende wijs |
| dieselend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedieseld | verleden tijd, deelwoord |
| gedieseld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedieseld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedieseld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedieseld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedieseld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedieseld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedieseld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedieseld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedieseld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedieseld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedieseld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedieseld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedieseld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedieseld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedieseld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedieseld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedieseld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dieselen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedieseld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dieselen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedieseld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedieseld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedieseld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedieseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedieseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedieseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedieseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedieseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedieseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedieseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dieselen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedieseld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedieseld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedieseld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dieselen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedieseld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van diesel zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van dieselen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dieselde | verleden tijd | dieselen |
| dieselden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dieselen |
| diesele | aanvoegende wijs | dieselen |
| dieselend | onvoltooid deelwoord | dieselen |
| dieselende | woordvorm | dieselen |
| dieselt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dieselen |
| gedieseld | voltooid deelwoord | dieselen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dieselen zijn vastgelegd.