Naar de inhoud

diepvriezen

iets ter bewaring op een temperatuur ver onder het vriespunt wegleggen

diepvriezen is meer dan één woord

diepvriezen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iets ter bewaring op een temperatuur ver onder het vriespunt wegleggen

Vervoeging van diepvriezen

diepvriezenhele werkwoord — vroor diepverleden tijd enkelvoud — vroren diepverleden tijd meervoud — diepgevrorenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vries diep vroor diep
jij vriest diep vroor diep
hij, zij, het vriest diep vroor diep
wij vriezen diep vroren diep
jullie vriezen diep vroren diep
zij vriezen diep vroren diep
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
diep te vriezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
diep te zullen vriezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
diep zal vriezen bijzin, toekomende tijd
diep zou vriezen bijzin, voorwaardelijk
diep zouden vriezen bijzin, voorwaardelijk
diep zoudt vriezen bijzin, voorwaardelijk
diep zullen vriezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
diep zullen vriezen bijzin, toekomende tijd
diep zult vriezen bijzin, toekomende tijd
diepgevroren verleden tijd, deelwoord
diepgevroren te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
diepgevroren te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
diepgevroren te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
diepgevroren te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
diepgevroren te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
diepgevroren worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
diepgevroren zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
diepgevroren zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
diepgevroren zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
diepgevroren zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
diepvries bijzin, tegenwoordige tijd
diepvriest bijzin, tegenwoordige tijd
diepvriezend onvoltooid, deelwoord
diepvroor bijzin, verleden tijd
diepvroren bijzin, verleden tijd
er is diepgevroren impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was diepgevroren impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd diepgevroren impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt diepgevroren impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal diepgevroren worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal diepgevroren zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou diepgevroren worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou diepgevroren zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had diepgevroren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had diepgevroren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had diepgevroren voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden diepgevroren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden diepgevroren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden diepgevroren voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt diepgevroren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben diepgevroren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben diepgevroren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen diepvriezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vries diep gebiedende wijs
vroor diep verleden tijd
waart diepgevroren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren diepgevroren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren diepgevroren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren diepgevroren voltooid, verleden tijd, derde persoon
was diepgevroren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was diepgevroren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was diepgevroren voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt diepgevroren enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal diepgevroren hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal diepgevroren hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal diepgevroren hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal diepgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal diepgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal diepvriezen bijzin, toekomende tijd
zijn diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt diepgevroren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou diepgevroren hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou diepgevroren hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou diepgevroren hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou diepgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou diepgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou diepgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou diepvriezen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) diepvriezen diep zou(dt) vriezen bijzin, voorwaardelijk
zouden diepgevroren hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden diepgevroren hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden diepgevroren hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden diepgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden diepgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden diepgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden diepvriezen bijzin, voorwaardelijk
zoudt diepgevroren hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt diepgevroren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt diepvriezen bijzin, voorwaardelijk
zullen diepgevroren hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen diepgevroren hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen diepgevroren hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen diepgevroren worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen diepgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen diepgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen diepgevroren zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen diepvriezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen diepvriezen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen diepvriezen bijzin, toekomende tijd
zult diepgevroren hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord diepvries

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘het invriezen beneden min 18 graden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1952

Woordfamilie van diepvriezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
diepgevroren voltooid deelwoord diepvriezen
diepvriest subordinate-clause, tegenwoordige tijd diepvriezen
diepvrieze with-subordinate-clause diepvriezen
diepvriezend onvoltooid deelwoord diepvriezen
diepvriezende woordvorm diepvriezen
diepvroor subordinate-clause, verleden tijd diepvriezen
diepvroren subordinate-clause, verleden tijd diepvriezen
vries diep gebiedende wijs diepvriezen
vriest diep aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon diepvriezen
vrieze diep woordvorm diepvriezen
vriezen diep aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon diepvriezen
vroor diep verleden tijd diepvriezen
vroren diep aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon diepvriezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diepvriezen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over diepvriezen

Wat is de betekenis van diepvriezen?
Diepvriezen is een werkwoord. De betekenis is: iets ter bewaring op een temperatuur ver onder het vriespunt wegleggen.
Hoe vervoeg ik diepvriezen?
Zo vervoeg je diepvriezen zo: het voltooid deelwoord is diepgevroren. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord diepvriezen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. E 1
  4. P 3
  5. V 4
  6. R 2
  7. I 1
  8. E 1
  9. Z 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

diepvriezen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. E 1
  4. P 4
  5. V 4
  6. R 2
  7. I 2
  8. E 1
  9. Z 5
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 zonder bonus
  13. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

diepvriezen in het kort

diepvriezen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van diepvriezen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort diepvriezen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

diepvriezen: iets ter bewaring op een temperatuur ver onder het vriespunt wegleggen
Deel diepvriezen — standaardnederlands.nl