dieplinken
werkwoordBetekenis
- via een hyperlink rechtstreeks naar een subpagina van een website linken
Vervoeging van dieplinken
dieplinkenhele werkwoord — dieplinkteverleden tijd enkelvoud — dieplinktenverleden tijd meervoud — gedieplinktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dieplink | dieplinkte |
| jij | dieplinkt | dieplinkte |
| hij, zij, het | dieplinkt | dieplinkte |
| wij | dieplinken | dieplinkten |
| jullie | dieplinken | dieplinkten |
| zij | dieplinken | dieplinkten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dieplink | gebiedende wijs |
| dieplinke | aanvoegende wijs |
| dieplinkend | onvoltooid, deelwoord |
| dieplinkte | verleden tijd |
| er is gedieplinkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedieplinkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedieplinkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedieplinkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedieplinkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedieplinkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedieplinkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedieplinkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedieplinkt | verleden tijd, deelwoord |
| gedieplinkt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedieplinkt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedieplinkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedieplinkt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedieplinkt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedieplinkt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedieplinkt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedieplinkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedieplinkt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedieplinkt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedieplinkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dieplinken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedieplinkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dieplinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedieplinkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedieplinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedieplinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedieplinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedieplinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedieplinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedieplinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedieplinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedieplinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedieplinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedieplinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedieplinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedieplinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedieplinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedieplinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedieplinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedieplinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedieplinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedieplinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedieplinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedieplinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedieplinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dieplinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedieplinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedieplinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedieplinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedieplinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedieplinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedieplinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dieplinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedieplinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedieplinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedieplinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van diep en linken
Woordfamilie van dieplinken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dieplink | gebiedende wijs | dieplinken |
| dieplinke | aanvoegende wijs | dieplinken |
| dieplinkend | onvoltooid deelwoord | dieplinken |
| dieplinkende | woordvorm | dieplinken |
| dieplinkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dieplinken |
| dieplinkte | verleden tijd | dieplinken |
| dieplinkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dieplinken |
| gedieplinkt | voltooid deelwoord | dieplinken |
| gedieplinkte | woordvorm | dieplinken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dieplinken zijn vastgelegd.