Naar de inhoud

dichtspringen

plotseling, snel dichtgaan

dichtspringen

werkwoord

Betekenis

  1. plotseling, snel dichtgaan

Vervoeging van dichtspringen

dichtspringenhele werkwoord — sprong dichtverleden tijd enkelvoud — sprongen dichtverleden tijd meervoud — dichtgesprongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spring dicht sprong dicht
jij springt dicht sprong dicht
hij, zij, het springt dicht sprong dicht
wij springen dicht sprongen dicht
jullie springen dicht sprongen dicht
zij springen dicht sprongen dicht
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben dichtgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent dichtgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dicht te springen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dicht te zullen springen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dicht zal springen bijzin, toekomende tijd
dicht zou springen bijzin, voorwaardelijk
dicht zouden springen bijzin, voorwaardelijk
dicht zoudt springen bijzin, voorwaardelijk
dicht zullen springen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dicht zullen springen bijzin, toekomende tijd
dicht zult springen bijzin, toekomende tijd
dichtgesprongen verleden tijd, deelwoord
dichtgesprongen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgesprongen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
dichtspring bijzin, tegenwoordige tijd
dichtspringend onvoltooid, deelwoord
dichtspringt bijzin, tegenwoordige tijd
dichtsprong bijzin, verleden tijd
dichtsprongen bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is dichtgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is dichtgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spring dicht gebiedende wijs
sprong dicht verleden tijd
te zijn dichtgesprongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dichtspringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart dichtgesprongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren dichtgesprongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren dichtgesprongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren dichtgesprongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was dichtgesprongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was dichtgesprongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was dichtgesprongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal dichtgesprongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgesprongen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal dichtgesprongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal dichtspringen bijzin, toekomende tijd
zijn dichtgesprongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn dichtgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn dichtgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn dichtgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt dichtgesprongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dichtgesprongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgesprongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgesprongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou dichtspringen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) dichtspringen dicht zou(dt) springen bijzin, voorwaardelijk
zouden dichtgesprongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden dichtgesprongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden dichtgesprongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden dichtspringen bijzin, voorwaardelijk
zoudt dichtgesprongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt dichtspringen bijzin, voorwaardelijk
zullen dichtgesprongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen dichtgesprongen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen dichtgesprongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen dichtspringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen dichtspringen bijzin, toekomende tijd
zult dichtgesprongen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult dichtspringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult dichtspringen bijzin, toekomende tijd
zult/zal dichtspringen dicht zult/zal springen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van dicht en springen

Woordfamilie van dichtspringen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dichtgesprongen voltooid deelwoord dichtspringen
dichtspring subordinate-clause, tegenwoordige tijd dichtspringen
dichtspringe with-subordinate-clause dichtspringen
dichtspringend onvoltooid deelwoord dichtspringen
dichtspringende woordvorm dichtspringen
dichtspringt subordinate-clause, tegenwoordige tijd dichtspringen
dichtsprong subordinate-clause, verleden tijd dichtspringen
dichtsprongen subordinate-clause, verleden tijd dichtspringen
spring dicht gebiedende wijs dichtspringen
springe dicht woordvorm dichtspringen
springen dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon dichtspringen
springt dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dichtspringen
sprong dicht verleden tijd dichtspringen
sprongen dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dichtspringen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dichtspringen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dichtspringen

Wat is de betekenis van dichtspringen?
Dichtspringen is een werkwoord. De betekenis is: plotseling, snel dichtgaan.
Hoe vervoeg ik dichtspringen?
Zo vervoeg je dichtspringen zo: het voltooid deelwoord is dichtgesprongen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dichtspringen is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. S 2
  7. P 3
  8. R 2
  9. I 1
  10. N 1
  11. G 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dichtspringen levert met Wordfeud minimaal 31 en maximaal 123 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. S 2
  7. P 4
  8. R 2
  9. I 2
  10. N 1
  11. G 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 31 zonder bonus
  15. 123 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dichtspringen in het kort

dichtspringen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van dichtspringen staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dichtspringen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dichtspringen: plotseling, snel dichtgaan
Deel dichtspringen — standaardnederlands.nl