Naar de inhoud

dichtdoen

sluiten

dichtdoen

werkwoord 'dɪɣdun

Betekenis

  1. sluiten

Hoe spreek je dichtdoen uit?

/ˈdɪxdun/

Dichtdoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdɪxdun/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
ɪ pit
x acht
u boek
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van dichtdoen

dichtdoenhele werkwoord — deed dichtverleden tijd enkelvoud — deden dichtverleden tijd meervoud — dichtgedaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doe dicht deed dicht
jij doet dicht deed dicht
hij, zij, het doet dicht deed dicht
wij doen dicht deden dicht
jullie doen dicht deden dicht
zij doen dicht deden dicht
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
deed dicht verleden tijd
dicht te doen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dicht te zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dicht zal doen bijzin, toekomende tijd
dicht zou doen bijzin, voorwaardelijk
dicht zouden doen bijzin, voorwaardelijk
dicht zoudt doen bijzin, voorwaardelijk
dicht zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dicht zullen doen bijzin, toekomende tijd
dicht zult doen bijzin, toekomende tijd
dichtdeden bijzin, verleden tijd
dichtdeed bijzin, verleden tijd
dichtdeedt bijzin, verleden tijd
dichtdoe bijzin, tegenwoordige tijd
dichtdoend onvoltooid, deelwoord
dichtdoet bijzin, tegenwoordige tijd
dichtgedaan verleden tijd, deelwoord
dichtgedaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dichtgedaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dichtgedaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgedaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgedaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgedaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
dichtgedaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
dichtgedaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
dichtgedaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dichtgedaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doe dicht gebiedende wijs
er is dichtgedaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was dichtgedaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd dichtgedaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt dichtgedaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal dichtgedaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal dichtgedaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou dichtgedaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou dichtgedaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had dichtgedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had dichtgedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had dichtgedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden dichtgedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden dichtgedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden dichtgedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt dichtgedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben dichtgedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben dichtgedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dichtdoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart dichtgedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren dichtgedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren dichtgedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren dichtgedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was dichtgedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was dichtgedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was dichtgedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt dichtgedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal dichtdoen bijzin, toekomende tijd
zal dichtgedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal dichtgedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal dichtgedaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgedaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt dichtgedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou dichtdoen bijzin, voorwaardelijk
zou dichtgedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) dichtdoen dicht zou(dt) doen bijzin, voorwaardelijk
zouden dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden dichtdoen bijzin, voorwaardelijk
zouden dichtgedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden dichtgedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden dichtgedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dichtgedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden dichtgedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden dichtgedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt dichtdoen bijzin, voorwaardelijk
zoudt dichtgedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt dichtgedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dichtdoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dichtdoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen dichtdoen bijzin, toekomende tijd
zullen dichtgedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen dichtgedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen dichtgedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dichtgedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen dichtgedaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen dichtgedaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen dichtgedaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van dicht en doen

Woordfamilie van dichtdoen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
deden dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dichtdoen
deed dicht verleden tijd dichtdoen
dichtdeden subordinate-clause, verleden tijd dichtdoen
dichtdeed subordinate-clause, verleden tijd dichtdoen
dichtdoe subordinate-clause, tegenwoordige tijd dichtdoen
dichtdoend onvoltooid deelwoord dichtdoen
dichtdoende woordvorm dichtdoen
dichtdoet subordinate-clause, tegenwoordige tijd dichtdoen
dichtgedaan voltooid deelwoord dichtdoen
dichtgedane woordvorm dichtdoen
doe dicht gebiedende wijs dichtdoen
doen dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon dichtdoen
doet dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dichtdoen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dichtdoen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dichtdoen

Hoe spreek je dichtdoen uit?
De uitspraak van dichtdoen is: /'dɪɣdun/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent dichtdoen?
Dichtdoen is een werkwoord. Het woord betekent: sluiten.
Hoe vervoeg je dichtdoen?
Je vervoegt dichtdoen als volgt: het voltooid deelwoord is dichtgedaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dichtdoen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. D 2
  7. O 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dichtdoen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. D 2
  7. O 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dichtdoen in het kort

dichtdoen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van dichtdoen zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dichtdoen bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dichtdoen: sluiten
Deel dichtdoen — standaardnederlands.nl