Naar de inhoud

detacheren

tijdelijk elders laten werken

detacheren

werkwoord

Betekenis

  1. tijdelijk elders laten werken
  2. tijdelijk elders legeren

Vervoeging van detacheren

detacherenhele werkwoord — detacheerdeverleden tijd enkelvoud — detacheerdenverleden tijd meervoud — gedetacheerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik detacheer detacheerde
jij detacheert detacheerde
hij, zij, het detacheert detacheerde
wij detacheren detacheerden
jullie detacheren detacheerden
zij detacheren detacheerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
detacheer gebiedende wijs
detacheerde verleden tijd
detachere aanvoegende wijs
detacherend onvoltooid, deelwoord
er is gedetacheerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedetacheerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedetacheerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedetacheerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedetacheerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedetacheerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedetacheerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedetacheerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedetacheerd verleden tijd, deelwoord
gedetacheerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedetacheerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedetacheerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedetacheerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedetacheerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedetacheerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedetacheerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedetacheerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedetacheerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedetacheerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedetacheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedetacheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedetacheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedetacheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedetacheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedetacheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedetacheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedetacheerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te detacheren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedetacheerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen detacheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedetacheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedetacheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedetacheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedetacheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedetacheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedetacheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedetacheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedetacheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal detacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal detacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal detacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedetacheerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedetacheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedetacheerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedetacheerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedetacheerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedetacheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou detacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou detacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou detacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedetacheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedetacheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedetacheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedetacheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedetacheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedetacheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden detacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden detacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden detacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedetacheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedetacheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedetacheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedetacheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedetacheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedetacheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt detacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedetacheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedetacheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen detacheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen detacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen detacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen detacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedetacheerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedetacheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedetacheerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedetacheerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedetacheerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedetacheerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult detacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedetacheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedetacheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedetacheerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘elders plaatsen’ voor het eerst aangetroffen in 1678

Woordfamilie van detacheren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
detacheer gebiedende wijs detacheren
detacheerde verleden tijd detacheren
detacheerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon detacheren
detacheert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon detacheren
detachere aanvoegende wijs detacheren
detacherend onvoltooid deelwoord detacheren
detacherende woordvorm detacheren
gedetacheerd voltooid deelwoord detacheren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van detacheren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over detacheren

Wat is de betekenis van detacheren?
Detacheren is een werkwoord. De betekenis is: tijdelijk elders laten werken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik detacheren?
Zo vervoeg je detacheren zo: de tegenwoordige tijd is detacheer, de verleden tijd is detacheerde en het voltooid deelwoord is gedetacheerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord detacheren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. T 2
  4. A 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

detacheren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. T 2
  4. A 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

detacheren in het kort

detacheren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van detacheren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort detacheren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

detacheren: tijdelijk elders laten werken
Deel detacheren — standaardnederlands.nl