destabiliseren
werkwoordBetekenis
- zijn stabiliteit verliezen
- zijn stabiliteit doen verliezen
Vervoeging van destabiliseren
destabiliserenhele werkwoord — destabiliseerdeverleden tijd enkelvoud — destabiliseerdenverleden tijd meervoud — gedestabiliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | destabiliseer | destabiliseerde |
| jij | destabiliseert | destabiliseerde |
| hij, zij, het | destabiliseert | destabiliseerde |
| wij | destabiliseren | destabiliseerden |
| jullie | destabiliseren | destabiliseerden |
| zij | destabiliseren | destabiliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| destabiliseer | gebiedende wijs |
| destabiliseerde | verleden tijd |
| destabilisere | aanvoegende wijs |
| destabiliserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedestabiliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedestabiliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedestabiliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedestabiliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedestabiliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedestabiliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedestabiliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedestabiliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedestabiliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedestabiliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedestabiliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedestabiliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedestabiliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedestabiliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedestabiliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedestabiliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedestabiliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedestabiliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedestabiliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedestabiliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te destabiliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedestabiliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen destabiliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedestabiliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedestabiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedestabiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedestabiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedestabiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedestabiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedestabiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedestabiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedestabiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedestabiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedestabiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedestabiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedestabiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedestabiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedestabiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedestabiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedestabiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedestabiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedestabiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedestabiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedestabiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedestabiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen destabiliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedestabiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedestabiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedestabiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedestabiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedestabiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedestabiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult destabiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedestabiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedestabiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedestabiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse déstabiliser (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van destabiliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| destabiliseer | gebiedende wijs | destabiliseren |
| destabiliseerde | verleden tijd | destabiliseren |
| destabiliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | destabiliseren |
| destabiliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | destabiliseren |
| destabilisere | aanvoegende wijs | destabiliseren |
| destabiliserend | onvoltooid deelwoord | destabiliseren |
| destabiliserende | woordvorm | destabiliseren |
| gedestabiliseerd | voltooid deelwoord | destabiliseren |
| gedestabiliseerde | woordvorm | destabiliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van destabiliseren zijn vastgelegd.