desoriënteren
werkwoordBetekenis
- van zijn oriëntatie beroven
Vervoeging van desoriënteren
desoriënterenhele werkwoord — desoriënteerdeverleden tijd enkelvoud — desoriënteerdenverleden tijd meervoud — gedesoriënteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | desoriënteer | desoriënteerde |
| jij | desoriënteert | desoriënteerde |
| hij, zij, het | desoriënteert | desoriënteerde |
| wij | desoriënteren | desoriënteerden |
| jullie | desoriënteren | desoriënteerden |
| zij | desoriënteren | desoriënteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| desoriënteer | gebiedende wijs |
| desoriënteerde | verleden tijd |
| desoriëntere | aanvoegende wijs |
| desoriënterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedesoriënteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedesoriënteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedesoriënteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedesoriënteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedesoriënteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedesoriënteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedesoriënteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedesoriënteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedesoriënteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedesoriënteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedesoriënteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedesoriënteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedesoriënteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedesoriënteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedesoriënteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedesoriënteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedesoriënteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedesoriënteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedesoriënteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedesoriënteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te desoriënteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedesoriënteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen desoriënteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedesoriënteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedesoriënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedesoriënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedesoriënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedesoriënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedesoriënteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedesoriënteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedesoriënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedesoriënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedesoriënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedesoriënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedesoriënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedesoriënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedesoriënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedesoriënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedesoriënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedesoriënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedesoriënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedesoriënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedesoriënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedesoriënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedesoriënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen desoriënteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedesoriënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedesoriënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedesoriënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedesoriënteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedesoriënteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedesoriënteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult desoriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedesoriënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedesoriënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedesoriënteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse orienter (met het voorvoegsel des- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van desoriënteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| desoriënteer | gebiedende wijs | desoriënteren |
| desoriënteerde | verleden tijd | desoriënteren |
| desoriënteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | desoriënteren |
| desoriënteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | desoriënteren |
| desoriëntere | aanvoegende wijs | desoriënteren |
| desoriënterend | onvoltooid deelwoord | desoriënteren |
| desoriënterende | woordvorm | desoriënteren |
| gedesoriënteerd | voltooid deelwoord | desoriënteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van desoriënteren zijn vastgelegd.