desinvesteren
werkwoordBetekenis
- het van de hand doen van bedrijfsmiddelen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van desinvesteren
desinvesterenhele werkwoord — desinvesteerdeverleden tijd enkelvoud — desinvesteerdenverleden tijd meervoud — gedesinvesteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | desinvesteer | desinvesteerde |
| jij | desinvesteert | desinvesteerde |
| hij, zij, het | desinvesteert | desinvesteerde |
| wij | desinvesteren | desinvesteerden |
| jullie | desinvesteren | desinvesteerden |
| zij | desinvesteren | desinvesteerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| desinvesteer | gebiedende wijs |
| desinvesteerde | verleden tijd |
| desinvestere | aanvoegende wijs |
| desinvesterend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedesinvesteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedesinvesteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedesinvesteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedesinvesteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedesinvesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedesinvesteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedesinvesteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedesinvesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedesinvesteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedesinvesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedesinvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedesinvesteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedesinvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedesinvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedesinvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedesinvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedesinvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedesinvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te desinvesteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedesinvesteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen desinvesteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedesinvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedesinvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedesinvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedesinvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedesinvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedesinvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedesinvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedesinvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedesinvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedesinvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen desinvesteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedesinvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedesinvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedesinvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult desinvesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedesinvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van investeren met het voorvoegsel des- en (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van desinvesteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| desinvesteer | gebiedende wijs | desinvesteren |
| desinvesteerde | verleden tijd | desinvesteren |
| desinvesteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | desinvesteren |
| desinvesteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | desinvesteren |
| desinvestere | aanvoegende wijs | desinvesteren |
| desinvesterend | onvoltooid deelwoord | desinvesteren |
| desinvesterende | woordvorm | desinvesteren |
| gedesinvesteerd | voltooid deelwoord | desinvesteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van desinvesteren zijn vastgelegd.