desensibiliseren
werkwoordBetekenis
- ongevoelig maken
Vervoeging van desensibiliseren
desensibiliserenhele werkwoord — desensibiliseerdeverleden tijd enkelvoud — desensibiliseerdenverleden tijd meervoud — gedesensibiliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | desensibiliseer | desensibiliseerde |
| jij | desensibiliseert | desensibiliseerde |
| hij, zij, het | desensibiliseert | desensibiliseerde |
| wij | desensibiliseren | desensibiliseerden |
| jullie | desensibiliseren | desensibiliseerden |
| zij | desensibiliseren | desensibiliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| desensibiliseer | gebiedende wijs |
| desensibiliseerde | verleden tijd |
| desensibilisere | aanvoegende wijs |
| desensibiliserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedesensibiliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedesensibiliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedesensibiliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedesensibiliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedesensibiliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedesensibiliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedesensibiliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedesensibiliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedesensibiliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedesensibiliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedesensibiliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedesensibiliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedesensibiliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedesensibiliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedesensibiliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedesensibiliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedesensibiliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedesensibiliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedesensibiliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedesensibiliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te desensibiliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedesensibiliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen desensibiliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedesensibiliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedesensibiliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedesensibiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedesensibiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedesensibiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedesensibiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedesensibiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedesensibiliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedesensibiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedesensibiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedesensibiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedesensibiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedesensibiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedesensibiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedesensibiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedesensibiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedesensibiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedesensibiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedesensibiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedesensibiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedesensibiliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedesensibiliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen desensibiliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedesensibiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedesensibiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedesensibiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedesensibiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedesensibiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedesensibiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult desensibiliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedesensibiliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedesensibiliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedesensibiliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse désensibiliser (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van desensibiliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| desensibiliseer | gebiedende wijs | desensibiliseren |
| desensibiliseerde | verleden tijd | desensibiliseren |
| desensibiliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | desensibiliseren |
| desensibiliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | desensibiliseren |
| desensibilisere | aanvoegende wijs | desensibiliseren |
| desensibiliserend | onvoltooid deelwoord | desensibiliseren |
| desensibiliserende | woordvorm | desensibiliseren |
| gedesensibiliseerd | voltooid deelwoord | desensibiliseren |
| gedesensibiliseerde | woordvorm | desensibiliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van desensibiliseren zijn vastgelegd.