Naar de inhoud

desambigueren

eenduidig maken, van zijn dubbelzinnigheid ontdoen

desambigueren

werkwoord

Betekenis

  1. eenduidig maken, van zijn dubbelzinnigheid ontdoen

Vervoeging van desambigueren

desambiguerenhele werkwoord — desambigueerdeverleden tijd enkelvoud — desambigueerdenverleden tijd meervoud — gedesambigueerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik desambigueer desambigueerde
jij desambigueert desambigueerde
hij, zij, het desambigueert desambigueerde
wij desambigueren desambigueerden
jullie desambigueren desambigueerden
zij desambigueren desambigueerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
desambigueer gebiedende wijs
desambigueerde verleden tijd
desambiguere aanvoegende wijs
desambiguerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedesambigueerd verleden tijd, deelwoord
gedesambigueerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedesambigueerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedesambigueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedesambigueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedesambigueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedesambigueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedesambigueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedesambigueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedesambigueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedesambigueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedesambigueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedesambigueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedesambigueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedesambigueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedesambigueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedesambigueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedesambigueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te desambigueren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedesambigueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen desambigueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedesambigueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedesambigueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedesambigueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedesambigueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedesambigueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedesambigueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedesambigueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedesambigueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedesambigueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedesambigueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen desambigueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedesambigueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedesambigueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedesambigueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult desambigueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedesambigueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van ambigueren met het voorvoegsel des-

Woordfamilie van desambigueren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
desambigueer gebiedende wijs desambigueren
desambigueerde verleden tijd desambigueren
desambigueerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon desambigueren
desambigueert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon desambigueren
desambiguere aanvoegende wijs desambigueren
desambiguerend onvoltooid deelwoord desambigueren
desambiguerende woordvorm desambigueren
gedesambigueerd voltooid deelwoord desambigueren
gedesambigueerde woordvorm desambigueren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van desambigueren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over desambigueren

Wat is de betekenis van desambigueren?
Desambigueren is een werkwoord. De betekenis is: eenduidig maken, van zijn dubbelzinnigheid ontdoen.
Hoe vervoeg ik desambigueren?
Zo vervoeg je desambigueren zo: de tegenwoordige tijd is desambigueer, de verleden tijd is desambigueerde en het voltooid deelwoord is gedesambigueerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord desambigueren is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. S 2
  4. A 1
  5. M 3
  6. B 3
  7. I 1
  8. G 3
  9. U 4
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

desambigueren levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. S 2
  4. A 1
  5. M 3
  6. B 4
  7. I 2
  8. G 3
  9. U 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 zonder bonus
  15. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

desambigueren in het kort

desambigueren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van desambigueren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort desambigueren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

desambigueren: eenduidig maken, van zijn dubbelzinnigheid ontdoen
Deel desambigueren — standaardnederlands.nl