deppen
werkwoordBetekenis
- bevochtigen met een lapje of een depper
- afdrogen met een lapje
Vervoeging van deppen
deppenhele werkwoord — depteverleden tijd enkelvoud — deptenverleden tijd meervoud — gedeptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dep | depte |
| jij | dept | depte |
| hij, zij, het | dept | depte |
| wij | deppen | depten |
| jullie | deppen | depten |
| zij | deppen | depten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dep | gebiedende wijs |
| deppe | aanvoegende wijs |
| deppend | onvoltooid, deelwoord |
| depte | verleden tijd |
| er is gedept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedept | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedept | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedept worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedept zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedept worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedept zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedept | verleden tijd, deelwoord |
| gedept te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedept te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedept te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedept te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedept te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedept worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedept zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedept zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedept zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedept zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te deppen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen deppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal deppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal deppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal deppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedept zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedept zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou deppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou deppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou deppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedept zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedept zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden deppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden deppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden deppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedept zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedept zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt deppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen deppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen deppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen deppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen deppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedept zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedept zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedept zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult deppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedept zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘betten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1909
Woordfamilie van deppen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dep | gebiedende wijs | deppen |
| deppe | aanvoegende wijs | deppen |
| deppend | onvoltooid deelwoord | deppen |
| deppende | woordvorm | deppen |
| dept | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | deppen |
| depte | verleden tijd | deppen |
| depten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | deppen |
| gedept | voltooid deelwoord | deppen |
| gedepte | woordvorm | deppen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deppen zijn vastgelegd.