Naar de inhoud

deporteren

onder dwang wegvoeren uit een gebied

deporteren

werkwoord

Betekenis

  1. onder dwang wegvoeren uit een gebied

Vervoeging van deporteren

deporterenhele werkwoord — deporteerdeverleden tijd enkelvoud — deporteerdenverleden tijd meervoud — gedeporteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik deporteer deporteerde
jij deporteert deporteerde
hij, zij, het deporteert deporteerde
wij deporteren deporteerden
jullie deporteren deporteerden
zij deporteren deporteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
deporteer gebiedende wijs
deporteerde verleden tijd
deportere aanvoegende wijs
deporterend onvoltooid, deelwoord
er is gedeporteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedeporteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedeporteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedeporteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedeporteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedeporteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedeporteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedeporteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedeporteerd verleden tijd, deelwoord
gedeporteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedeporteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedeporteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedeporteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedeporteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedeporteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedeporteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedeporteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedeporteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedeporteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedeporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedeporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedeporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedeporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedeporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedeporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedeporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedeporteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te deporteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedeporteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen deporteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedeporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedeporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedeporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedeporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedeporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedeporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedeporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedeporteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal deporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal deporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal deporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedeporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedeporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedeporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedeporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedeporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedeporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou deporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou deporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou deporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedeporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedeporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedeporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedeporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedeporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedeporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden deporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden deporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden deporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedeporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedeporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedeporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedeporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedeporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedeporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt deporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedeporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedeporteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen deporteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen deporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen deporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen deporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedeporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedeporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedeporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedeporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedeporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedeporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult deporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedeporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedeporteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedeporteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘naar een strafkolonie brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van deporteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
deporteer gebiedende wijs deporteren
deporteerde verleden tijd deporteren
deporteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon deporteren
deporteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon deporteren
deportere aanvoegende wijs deporteren
deporterend onvoltooid deelwoord deporteren
deporterende woordvorm deporteren
gedeporteerd voltooid deelwoord deporteren
gedeporteerde woordvorm deporteren
gedeporteerden meervoud gedeporteerde

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deporteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over deporteren

Wat is de betekenis van deporteren?
Deporteren is een werkwoord. De betekenis is: onder dwang wegvoeren uit een gebied.
Hoe vervoeg ik deporteren?
Zo vervoeg je deporteren zo: de tegenwoordige tijd is deporteer, de verleden tijd is deporteerde en het voltooid deelwoord is gedeporteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord deporteren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. P 3
  4. O 1
  5. R 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

deporteren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. P 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

deporteren in het kort

deporteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van deporteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort deporteren bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

deporteren: onder dwang wegvoeren uit een gebied
Deel deporteren — standaardnederlands.nl