depersonaliseren
werkwoordBetekenis
- het onpersoonlijk maken
Vervoeging van depersonaliseren
depersonaliserenhele werkwoord — depersonaliseerdeverleden tijd enkelvoud — depersonaliseerdenverleden tijd meervoud — gedepersonaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | depersonaliseer | depersonaliseerde |
| jij | depersonaliseert | depersonaliseerde |
| hij, zij, het | depersonaliseert | depersonaliseerde |
| wij | depersonaliseren | depersonaliseerden |
| jullie | depersonaliseren | depersonaliseerden |
| zij | depersonaliseren | depersonaliseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| depersonaliseer | gebiedende wijs |
| depersonaliseerde | verleden tijd |
| depersonalisere | aanvoegende wijs |
| depersonaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedepersonaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedepersonaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedepersonaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedepersonaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedepersonaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedepersonaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedepersonaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedepersonaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedepersonaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedepersonaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedepersonaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedepersonaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedepersonaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedepersonaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedepersonaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedepersonaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedepersonaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedepersonaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te depersonaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedepersonaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen depersonaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedepersonaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedepersonaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedepersonaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedepersonaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedepersonaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedepersonaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedepersonaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedepersonaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedepersonaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedepersonaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen depersonaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedepersonaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedepersonaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedepersonaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult depersonaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedepersonaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van personaliseren met het voorvoegsel de-
Woordfamilie van depersonaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| depersonaliseer | gebiedende wijs | depersonaliseren |
| depersonaliseerde | verleden tijd | depersonaliseren |
| depersonaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | depersonaliseren |
| depersonaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | depersonaliseren |
| depersonalisere | aanvoegende wijs | depersonaliseren |
| depersonaliserend | onvoltooid deelwoord | depersonaliseren |
| depersonaliserende | woordvorm | depersonaliseren |
| gedepersonaliseerd | voltooid deelwoord | depersonaliseren |
| gedepersonaliseerde | woordvorm | depersonaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van depersonaliseren zijn vastgelegd.