depenaliseren
werkwoordBetekenis
- een strafbaar feit uit het strafrecht halen
Vervoeging van depenaliseren
depenaliserenhele werkwoord — depenaliseerdeverleden tijd enkelvoud — depenaliseerdenverleden tijd meervoud — gedepenaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | depenaliseer | depenaliseerde |
| jij | depenaliseert | depenaliseerde |
| hij, zij, het | depenaliseert | depenaliseerde |
| wij | depenaliseren | depenaliseerden |
| jullie | depenaliseren | depenaliseerden |
| zij | depenaliseren | depenaliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| depenaliseer | gebiedende wijs |
| depenaliseerde | verleden tijd |
| depenalisere | aanvoegende wijs |
| depenaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedepenaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedepenaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedepenaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedepenaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedepenaliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedepenaliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedepenaliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedepenaliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedepenaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedepenaliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedepenaliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedepenaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedepenaliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedepenaliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedepenaliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedepenaliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedepenaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedepenaliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedepenaliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedepenaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te depenaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedepenaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen depenaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedepenaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedepenaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedepenaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedepenaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedepenaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen depenaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult depenaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedepenaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedepenaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedepenaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse dépénaliser (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van depenaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| depenaliseer | gebiedende wijs | depenaliseren |
| depenaliseerde | verleden tijd | depenaliseren |
| depenaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | depenaliseren |
| depenaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | depenaliseren |
| depenalisere | aanvoegende wijs | depenaliseren |
| depenaliserend | onvoltooid deelwoord | depenaliseren |
| depenaliserende | woordvorm | depenaliseren |
| gedepenaliseerd | voltooid deelwoord | depenaliseren |
| gedepenaliseerde | woordvorm | depenaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van depenaliseren zijn vastgelegd.