deodoriseren
werkwoordBetekenis
- van geuren ontdoen, reukloos maken
Vervoeging van deodoriseren
deodoriserenhele werkwoord — deodoriseerdeverleden tijd enkelvoud — deodoriseerdenverleden tijd meervoud — gedeodoriseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | deodoriseer | deodoriseerde |
| jij | deodoriseert | deodoriseerde |
| hij, zij, het | deodoriseert | deodoriseerde |
| wij | deodoriseren | deodoriseerden |
| jullie | deodoriseren | deodoriseerden |
| zij | deodoriseren | deodoriseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| deodoriseer | gebiedende wijs |
| deodoriseerde | verleden tijd |
| deodorisere | aanvoegende wijs |
| deodoriserend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedeodoriseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedeodoriseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedeodoriseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedeodoriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedeodoriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedeodoriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedeodoriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedeodoriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedeodoriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedeodoriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedeodoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedeodoriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedeodoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedeodoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedeodoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedeodoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedeodoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedeodoriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te deodoriseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedeodoriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen deodoriseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedeodoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedeodoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedeodoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedeodoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedeodoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedeodoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedeodoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedeodoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedeodoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedeodoriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen deodoriseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedeodoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedeodoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedeodoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult deodoriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedeodoriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van odoriseren met het voorvoegsel de-
Woordfamilie van deodoriseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deodoriseer | gebiedende wijs | deodoriseren |
| deodoriseerde | verleden tijd | deodoriseren |
| deodoriseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | deodoriseren |
| deodoriseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | deodoriseren |
| deodorisere | aanvoegende wijs | deodoriseren |
| deodoriserend | onvoltooid deelwoord | deodoriseren |
| deodoriserende | woordvorm | deodoriseren |
| gedeodoriseerd | voltooid deelwoord | deodoriseren |
| gedeodoriseerde | woordvorm | deodoriseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deodoriseren zijn vastgelegd.