| - |
impersonal, passief
|
| ben gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| denuncieer |
gebiedende wijs
|
| denuncieerde |
verleden tijd
|
| denunciëre |
aanvoegende wijs
|
| denunciërend |
onvoltooid, deelwoord
|
| er is gedenuncieerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gedenuncieerd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gedenuncieerd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gedenuncieerd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gedenuncieerd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gedenuncieerd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gedenuncieerd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gedenuncieerd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gedenuncieerd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gedenuncieerd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gedenuncieerd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gedenuncieerd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gedenuncieerd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gedenuncieerd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gedenuncieerd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gedenuncieerd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gedenuncieerd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gedenuncieerd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gedenuncieerd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gedenuncieerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te denunciëren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te hebben gedenuncieerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen denunciëren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gedenuncieerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gedenuncieerd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zal gedenuncieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gedenuncieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gedenuncieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gedenuncieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gedenuncieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zijn gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gedenuncieerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gedenuncieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gedenuncieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gedenuncieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gedenuncieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gedenuncieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gedenuncieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zouden gedenuncieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gedenuncieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gedenuncieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gedenuncieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gedenuncieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gedenuncieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zoudt denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zoudt gedenuncieerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gedenuncieerd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zullen denunciëren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zullen gedenuncieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gedenuncieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gedenuncieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gedenuncieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gedenuncieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gedenuncieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zult denunciëren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zult gedenuncieerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gedenuncieerd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gedenuncieerd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|